Biedt artikel 4:194a BW de oplossing voor onwetende erfgenamen?

30 april 2018

Vorige week plaatsten wij al een artikel over de risico's van het aanvaarden van een erfenis. Het zuiver aanvaarden van een erfenis kan tot gevolg hebben dat je met je privé vermogen nalatenschapsschulden moet voldoen. Maar wat als je niet bewust was of kon zijn van schulden in de erfenis?

Beschermingsartikel: Artikel 4:194a BW

Om erfgenamen te beschermen heeft de wetgever artikel 4:194a BW in het leven geroepen. Dit artikel bepaalt dat wanneer een erfgenaam na zuivere aanvaarding bekend raakt met een schuld van de nalatenschap die hij niet kende of behoorde te kennen, hij binnen 3 maanden na deze ontdekking de kantonrechter kan verzoeken de aanvaarding te veranderen naar beneficiair. In het geval dat de schuld ontdekt wordt na verdeling van de nalatenschap of de vereffening, dan kan de kantonrechter hem ontheven die schuld uit zijn privé vermogen te voldoen.

Schijnveiligheid...

Dit artikel lijkt de onwetende erfgenamen te helpen bij de problematiek rondom schulden waar zij niets vanaf wisten. Toch is niet alles zo rooskleurig als het lijkt. Al bij de invoering van het artikel is aangegeven dat men niet snel verwacht dat een beroep op het artikel slaagt. Erfgenamen hebben namelijk ook een eigen onderzoeksplicht.

Wanneer kende men een schuld?

Er volgen steeds meer uitspraken hoe de criteria in moeten worden gevuld. De volgende uitspraak maakt (weer) duidelijk dat niet snel wordt aangenomen dat men een schuld niet kende of behoorde te kennen. 

In deze casus ontving de (inmiddels overleden) echtgenoot van erfgename een pgb (persoonsgebonden budget). Na het overlijden van haar echtgenoot, blijkt dat er met betrekking tot dat pgb een bepaald bedrag openstaat. De echtgenoot heeft namelijk meer pgb ontvangen dan waar hij recht op had. De erfgename had zijn erfenis wel zuiver aanvaard, inclusief het aanvaarden van deze pgb-schuld dus. Zij beweerde echter dat zij geen kennis had van deze schuld en beriep zich op de uitzondering van artikel 4:194a BW.

De kantonrechter oordeelde dat de erfgename misschien niet de schuld op het moment van aanvaarding van de erfenis kende, maar dat ze deze wel behoorde te kennen. Brieven over de achterstallige betalingen waren namelijk lang door de zorgaanbieder (schuldeiser) naar het adres gestuurd waar erfgename woonde. Bovendien werd zij geacht de administratie van haar echtgenoot (ondanks dat deze uitbesteed was) op enig moment had moeten raadplegen. De rechter was dus van mening dat de uitzondering van artikel 4:194a BW niet op deze erfgename van toepassing was. Zij was en is dus aansprakelijk voor de PGB-schuld en diende deze uit eigen vermogen te voldoen.

Tip: laat je na of tijdens de periode van aanvaarding van de erfenis goed (juridisch) adviseren. Neem daarbij vooral de tijd om je goed in te lezen in de administratie van de erflater. Zo voorkom je achteraf problemen.

 Bron. 

Neem voor meer informatie contact op met: