Vervangende toestemming bij eenhoofdig gezag

29 juli 2014

Man en vrouw hadden in het verleden een relatie. Uit deze relatie zijn twee, nu nog, minderjarige kinderen geboren. De moeder had het eenhoofdig gezag over de kinderen en de kinderen woonden ook bij haar. Wel bestond er een omgangsregeling, opdat de vader de kinderen ook kon zien. De moeder wilde per augustus 2014 met de kinderen verhuizen, vandaar dat er sprake is van een spoedeisend belang. De rechter die hierover besliste was de voorzieningenrechter, hierbij is een dergelijk spoedeisend belang een vereiste voor een procedure.

 

Het eenhoofdig gezag brengt ook de plicht en het recht mee om de kinderen te verzorgen en op te voeden. De verplichting omvat ook het bevorderen van de ontwikkeling van de banden tussen de kinderen en de andere ouder. Het is zo dat het de moeder in beginsel vrij staat haar eigen leven in te richten en hiervoor ook haar woonplaats te kiezen. Door het eenhoofdige gezag mag de moeder echter ook over de woonplaats van de kinderen beslissen. De vrijheid van de moeder wordt wel begrenst door de belangen van de kinderen, deze mogen niet te veel in het gedrang komen. Bij een verhuizing van één ouder en de kinderen dienen de belangen van de kinderen voorop te staan.

 

De afweging die de rechter in deze zaak moest maken ging was een afweging tussen het belang van de moeder om op korte termijn te verhuizen, het belang van de vader om ongewijzigd omgang te kunnen hebben en de belangen van de kinderen bij ongewijzigde omgang en hun leven in Nederland.

De rechter was van mening dat zowel de vader als de kinderen belang hadden bij het omgang. De kinderen en vader hadden in Nederland ook veel omgang. De moeder had aangegeven dat dit contact voortgezet kon worden door middel van een vakantieregeling, skypecontacten en telefooncontacten. Dit vond de rechter echter niet genoeg om de reeds bestaande omgangsregeling te compenseren. Bovendien was het zo dat de vader behoorlijke kosten zou moeten maken om zijn kinderen in levende lijven te zien.

 

Zeker was dat de kinderen alle sociale contacten in Nederland hadden, nu zij hier geboren en getogen waren. Deze contacten zouden door de verhuizing zeer waarschijnlijk verbroken worden. De moeder wilde dit opvangen door ze in Engeland op een school aan te melden en ze daar een taalcursus laten volgen. De rechter vond dit onvoldoende om het gebrek aan de reeds bestaande sociale contacten op te vangen. De moeder had bovendien aangevoerd dat zij een zwaarwegend belang had bij een verhuizing op korte termijn, nu zij in Nederland maar niet kon aarden en dit tot psychische problemen leidde. De kinderen ondervonden ook last van deze psychische problemen, waardoor een verhuizing noodzaak was.

 

De rechter oordeelde dat hij niet inzag dat de verhuizing noodzakelijk was op korte termijn. De moeder had volgens de rechter niet genoeg nagedacht over de mogelijke consequenties van de verhuizing voor zowel de kinderen als de vader. Bovendien was tekortgeschoten in haar consultatieplicht, nu zij de vader niet van tevoren had geconsulteerd. De moeder moest van de rechter binnen een straal van 25 kilometer van de vader blijven wonen.

Uit deze uitspraak blijkt dat de alle belangen meegewogen moeten worden, ook die van de vader als hij geen gezag over de kinderen heeft.

 

Meer weten hierover van een advocaat familierecht in Tilburg?

 

Bron: Rechtbank Oost-Brabant 24 juli 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:4630

Neem voor meer informatie contact op met: