LBIO dient geďnde alimentatie aan gerechtigde door te betalen ondanks hoger beroep.

Door: Lilian Scheepens - 23 mei 2013

LBIO staat voor: Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, in het leven geroepen door de overheid speciaal om alimentatie te innen. Vroeger alleen kinderalimentatie, maar tegenwoordig ook partneralimentatie. Het LBIO int de alimentatie als de betalingsplichtige ex-partner in gebreke blijft de door de rechter vastgestelde bijdrage te voldoen. De alimentatiegerechtigde betaalt niets voor deze dienstverlening. De betalingsplichtige ex-partner betaalt opslagkosten. Indien de betalingsplichtige na de aanschrijving door het LBIO nog niet vrijwillig betaalt, kunnen er maatregelen ter incasso worden genomen zoals bijvoorbeeld loonbeslag.

Wanneer de alimentatieplichtige meent goede redenen te hebben om de alimentatie niet te voldoen, zal het LBIO desalniettemin de invordering gewoon doorzetten. Er wordt dan nog wel overleg gevoerd met de alimentatiegerechtigde, maar wanneer die aangeeft dat er geen gegronde redenen zijn om niet te betalen, zal het LBIO de incasso-opdracht uitvoeren. De alimentatieplichtige wordt dan gewezen op de mogelijkheid om de bijdrage eventueel opnieuw te laten vaststellen door de rechtbank. Op basis van de beschikking waarbij de bijdrage eerder is vastgesteld, gaat het LBIO gewoon door.

Een procedure bij de rechtbank tot wijziging van de alimentatie kan een half jaar tot wel een jaar in beslag nemen. Indien dan ook nog hoger beroep wordt ingesteld, kan het zelfs nog langer duren voordat er een beslissing is. Indien de alimentatieplichtige een wijzigingsverzoek indient worden de bedragen die het LBIO int bij de alimentatieplichtige, niet doorbetaald aan de alimentatiegerechtigde, maar in depot gehouden. Dit vanwege het restitutierisico. Wanneer de alimentatieplichtige gelijk blijkt te hebben en de alimentatie wordt verminderd of zelfs op nihil gesteld door de rechter, dan kan achteraf blijken dat ten onrechte bedragen zijn geïnd. De ingangsdatum voor de gewijzigde alimentatie is immers vaak de datum indiening verzoekschrift. Het LBIO kan dan al geruime tijd bezig zijn met het (gedeeltelijk) innen van de alimentatie.

Alimentatie is een bijdrage in de kosten en deze bijdragen worden verteerd. Alimentatiegerechtigden hebben die bijdrage nodig om rond te komen en zijn vaak niet in staat om de betaalde bijdragen weer terug te betalen. Er bestaat dus een reëel risico dat het LBIO bedragen moet terugbetalen aan de onderhoudsplichtige, wanneer deze bedragen eerder op grond van een eerdere maar inmiddels gewijzigde beschikking zijn geïnd bij de onderhoudsplichtige en zijn doorbetaald aan de onderhoudsgerechtigde. Om dat restitutierisico te voorkomen worden de bedragen dus in depot gehouden door het LBIO.

Op zich begrijpelijk maar in sommige gevallen is het wel schrijnend te zien dat het geld in depot blijft bij het LBIO, terwijl het geld zo hard nodig is voor bijvoorbeeld de kosten van de kinderen. Onlangs is door de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam beslist dat het LBIO de reeds geïnde maar nog niet aan de alimentatiegerechtigde doorgestorte alimentatiebedragen toch dient over te maken aan de alimentatiegerechtigde, in dat geval: de vrouw. Het LBIO had eerder in verband met het door de man ingestelde hoger beroep besloten de inning wel voort te zetten, maar hetgeen werd geïnd, niet door te betalen aan de vrouw in afwachting van de beslissing van het hof. De voorzieningenrechter was echter van oordeel dat het LBIO deze beleidsvrijheid niet toekomt. De rechtbank had al een beslissing genomen over de alimentatie en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, hetgeen betekent dat hoger beroep geen schorsende werking heeft. Ondanks het feit dat de man hoger beroep had ingesteld, lag er dus een executoriale titel op basis waarvan de man gehouden was te betalen en die het LBIO dus kon gebruiken om te executeren. Het LBIO zou onrechtmatig handelen jegens de vrouw indien zij niet tot inning over zou gaan en hetgeen geïnd werd niet aan de vrouw uit te keren.