Concurrentiebeding en het uitlenen van personeel, hoe zit dat?

12 februari 2018

In veel branches is het normaal om in een arbeids- of uitzendovereenkomst een concurrentiebeding op te nemen. Dit houdt kort gezegd in dat de werknemer na uitdiensttreding een bepaalde tijd niet bij een concurrent mag gaan werken.

De Hoge Raad heeft onlangs een belangrijke uitspraak gedaan over het concurrentiebeding bij uitzending of detachering van een werknemer.

De feiten

Een verpleegkundige was in dienst bij een bekende zorgverlener. In kader van zijn werkzaamheden werd hij voor lange tijd te werk gesteld bij een huisartsenpraktijk. Nadat bleek dat de zorgverlener PGB-fraude pleegde, besloot de verpleegkundige zijn arbeidsovereenkomst bij de zorgverlener op te zeggen en direct zichzelf als zelfstandige in te schrijven.

De huisartsenpraktijk waar de verpleegkundige eerder te werk was gesteld zag een nieuwe samenwerking met de verpleegkundige wel zitten. Probleem voor de verpleegkundige was echter dat in de arbeidsovereenkomst tussen hemzelf en de zorgverlener een concurrentie- en relatiebeding was opgenomen, waarin het de verpleegkundige op straffe van een boete werd verboden werkzaamheden te verrichten voor relaties van de zorgverlener. De huisartsenpraktijk was een (voormalig) relatie van de zorgverlener en viel dus onder het beding.

Het geschil

De verpleegkundige startte een kort geding procedure om het concurrentiebeding te schorsen. Dit wordt in het kort geding en in de eerste rechtszaak afgewezen, het concurrentiebeding bleef dus in stand. Ook hoger beroep biedt de verpleegkundige nog niet het gewenste resultaat, waardoor de zaak voor de hoogste rechter van Nederland kwam.

De Hoge Raad oordeelt dat het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst van de verpleegkundige onder de werking van de Waadi (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) valt. In artikel 9 van deze wet is opgenomen dat het opleggen van belemmeringen "voor de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst" is verboden. Aangezien de verpleegkundige als zzp-er werkte voor de huisartsenpost, betoogde de zorgverlener dat er geen sprake was van toepassing van dit artikel. Er zou namelijk geen totstandkoming van een arbeidsovereenkomst zijn voor een zelfstandige. De Hoge Raad vond echter dat volgens de Europese Uitzendrichtlijn moest worden geoordeeld, aangezien de Waadi op basis van deze Richtlijn is opgesteld.

De Richtlijn spreekt over een arbeidsverhouding, de Waadi over een arbeidsovereenkomst. In een eerder arrest was echter al Europeesrechtelijk bepaald dat er mocht worden aangesloten bij het nationaal begrip. Ook dit was dus geen belemmering voor de Hoge Raad om de bescherming van de Richtlijn en dus artikel 9 van de Waadi toe te passen. 

Conclusie

Ook zelfstandigen kunnen een beroep doen op de bescherming van de Waadi, wat inhoudt dat er geen belemmering van een concurrentiebeding mag zijn bij de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst. De nadruk ligt op het woord "kunnen". Duidelijk werd namelijk wel uit het arrest dat er per zaak moet worden gekeken of de arbeidsverhouding ook daadwerkelijk onder de bescherming van de Waadi en dus de Europese Uitzendrichtlijn valt. 

Bron plaatje

Neem voor meer informatie contact op met: