Körmeling: waar draait het eigenlijk om?

Door: Leo van Osch - 27 december 2018

Onze advocaat (tevens collegakunstenaar) Leo van Osch schrijft een opinie over hét artistieke discussiepunt binnen de gemeente Tilburg: het draaiende huis. 

De gemeente Tilburg is sinds 2009 eigenaar van het draaiende huis. De kunstenaar John Körmeling is degene die het bedacht heeft. Ik heb geen idee of er tussen de gemeente en de kunstenaar ook een overeenkomst is gesloten over de uitvoering van zijn ontwerp en, nog interessanter, over de instandhouding van dat werk.

Dat laatste is natuurlijk met name actueel geworden nu het draaiend huis (niet voor het eerst) stilstaat en de gemeente diep in de buidel moet tasten, naar verluidt voor ruim € 45.000,-, om het geheel weer aan de praat krijgen.

Het mooie van het werk is dat iedereen er iets van vindt. Alleen al dat rechtvaardigt het bestaan. Maar dan moet het huis wel doen waar het voor bedoeld is, te weten draaien op een rotonde. Ook al is het met een snelheid die 40 km/u lager ligt dan de kunstenaar had bedacht.  

Hoe zit dat? Kun je als kunstenaar eisen dat de gemeente het kunstwerk in stand houdt?

Ja is het antwoord, tenzij - want juristen zijn altijd goed in "mits en tenzij" -  de gemeente zoveel geld moet uitgeven aan zo'n kunstwerk dat dat niet meer van haar gevergd kan worden.

Eerst een rekensom:

Als ik af ga op de kranten dan kostte het huis indertijd € 350.000,- en de tuin € 68.000,-, dus totaal € 418.000,-.   

In 2015 viel in het BD te lezen dat de onderhoudskosten tot dat moment € 67.000,- bedroegen en voor de tuin nog eens € 46.800,-. Zeg maar € 17.000,- per jaar.

In 2019 staat het huis er dus 10 jaar en is er € 170,000,- aan onderhoud uitgegeven, exclusief de kosten van een kapotte aandrijfas (€ 15.000,-) en ook exclusief de nu genoemde herstelkosten van € 45.000,-. Alles bij elkaar € 230.000,-.

Afgezet tegen de aanschafkosten is dat iets minder dan de helft.

Nu zou de gemeente natuurlijk kunnen zeggen: we kunnen het geld goed gebruiken voor andere dingen, of:  het is geld in een bodemloze put gooien want het is kennelijk een technisch kwetsbaar ontwerp wat iedere keer kapot gaat. Dus kunnen we beter zeggen: weg ermee. Liever een keer de kosten van sloop dan ieder jaar het gewoon onderhoud plus nog een keer de uitschieters.

Maar hoe zit dat met sloop?

Lastig. De Auteurswet verbiedt namelijk wel aantasting (of verminking zoals dat heet in de wet). Als de gemeente het aardig zou vinden om de draaiende doorzonwoning wit te schilderen, of er een fietsenschuurtje bij te zetten, dan kan de kunstenaar dat tegenhouden, want dat is een behoorlijke afwijking van zijn ontwerp.

Maar wat als de gemeente zou zeggen: we slopen het huis?  Je zou zeggen: nou, dat is wel de ultieme aantasting/verminking. Maar dat is niet zo.

De Hoge Raad oordeelde namelijk in 2004  "dat de totale vernietiging van een voorwerp waarin een auteursrechtelijk beschermd werk is belichaamd, niet kan worden aangemerkt als een aantasting van het werk in de zin van art. 25 lid 1, aanhef en onder d, Aw."

De kunstenaar is echter niet vogelvrij want in dezelfde uitspraak vond de Hoge Raad dat de eigenaar niet zonder meer tot vernietiging over kon gaan. Dat levert, zoals het heet, misbruik van recht op  

Dat laatste is natuurlijk het geval als er (heel erg) weinig exemplaren van dat werk bestaan. Bij een  gewone doorzonwoning zal de architect zich niet tegen sloop kunnen verzetten. Het gaat hier echter om een doorzonwoning op een rotonde, duidelijk een kunstwerk waarvan er maar één exemplaar ter wereld bestaat. Dan kan, aldus nog steeds de Hoge Raad, van de gemeente verlangd worden dat zij slechts dan tot vernietiging overgaat als daarvoor een gegronde reden bestaat.

Oude Boteringepoort in Groningen

Het hof in Leeuwarden heeft in een vergelijkbare zaak moeten beslissen. In de stad Groningen was op de plaats waar een oude stadspoort had gestaan een neoninstallatie ontworpen door een kunstenaar. Door een aantal subtiele lichtlijnen werd die poort als het ware virtueel aangeduid.

Bij de uitvoering van het werk was slecht materiaal gebruikt, het was vernield, kapotgegaan en de gemeente Groningen was het danig beu om iedere keer weer op te moeten draven voor de kosten. Zij wilde het kunstwerk niet langer onderhouden en weghalen.

Wat vond het hof in Leeuwarden?:

"De Gemeente heeft voorts genoegzaam aannemelijk gemaakt dat de eenmalige investeringskosten om het kunstwerk weer volledig werkend te krijgen en de jaarlijks terugkerende onderhoudskosten aanzienlijk hoger zijn dan de realisatiekosten van het kunstwerk. Onder die omstandigheden kan van de Gemeente naar het oordeel van het hof dan ook niet worden verwacht dat zij het kunstwerk in stand houdt, zoals de Gemeente ook met een beroep op de Handreiking beeldende kunst in de openbare ruimte van de NVG heeft betoogd. Dit geldt temeer nu het kunstwerk kwetsbaar blijft voor schade veroorzaakt door derden."

De zaak is natuurlijk lastig te vergelijken, want de neoninstallatie in Groningen kostte een fractie van het draaiend huis. Dat betekende dat de rechter nogal snel de wenkbrauwen fronste bij de onderhoudskosten die de gemeente Groningen kon laten zien.

De gemeente Tilburg wil niet slopen, maar als ze die keuze zou hebben - moeten/willen - maken dan zou Kormeling bepaald niet kansloos zijn geweest om de sloop tegen te houden.