Faillissement V.O.F. niet langer automatisch ook faillissement vennoten

20 februari 2015

Tot voorheen was de heersende gedachte dat een faillissement van een vennootschap onder firma (V.O.F.) ook automatisch inhield dat de vennoten, als natuurlijk persoon, ook failliet waren. Er hoefde dus geen losse aanvraag gedaan te worden om ook de natuurlijke personen achter de V.O.F. failliet te laten verklaren. Deze gedachte heerste om de volgende redenen.
Een V.O.F. komt tot stand door middel van een overeenkomst die tot doel heeft een uitoefening van een bedrijf te bewerkstelligen onder een gemeenschappelijke naam in een duurzaam samenwerkingsverband. Bij een V.O.F. is het vermogen van de V.O.F. afgescheiden van het (privé)vermogen van de vennoten. Toch kunnen schuldeisers van de V.O.F. hun schulden ook verhalen op het privévermogen van de vennoten. De vennoten zijn volgens de wet namelijk hoofdelijk verbonden, waardoor zij ook persoonlijk aangesproken kunnen worden. Gezien dit feit werd in de rechtspraak aangenomen dat een faillissement van een V.O.F. ook het faillissement van de vennoten als persoon inhield.

De Hoge Raad is op de regel teruggekomen. Volgens de Hoge Raad kan namelijk niet uit de wet worden afgeleid dat een faillissement van een V.O.F. ook automatisch een faillissement van de vennoten inhoudt. De Hoge Raad meent nu dat het faillissement van een V.O.F. doorgaans ook het faillissement van de vennoten inhoudt, maar dit is niet noodzakelijk. In het geval dat de vennoot namelijk meer dan voldoende privévermogen heeft om de schuldeisers van de V.O.F. af te betalen, levert het faillissement van de V.O.F. geen faillissement van de vennoot op. Hiernaar moet dus gekeken worden volgens de Hoge Raad, voorheen werd geen aandacht geschonken aan de grootte van het privévermogen en de privésituatie van de vennoot.
Ook uit de schuldsaneringsregeling blijkt dat faillissement van de V.O.F. geen automatisch faillissement van de vennoot hoeft te betekenen. Het is immers mogelijk om als natuurlijk persoon een schuldsaneringsregeling aan te vragen vanwege zakelijke schulden, schulden als gevolg van het faillissement van de V.O.F. bijvoorbeeld. De natuurlijke personen in de schuldsaneringsregeling zijn dus niet failliet, maar hebben wel veel zakelijke schulden.
Ook de Europese rechtspraak en Europese wetgeving wijst in dezelfde richting. Het automatisch uitgaan van een faillissement van de vennoot staat volgens de Hoge Raad op gespannen voet met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM waarborgt het recht op een eerlijk proces. Doordat de vennoot automatisch failliet wordt verklaard, wordt geen nader onderzoek naar zijn persoonlijke situatie gedaan. Bovendien bestaat er geen verzoek tot het failliet verklaren van de vennoot. Dit levert spanning op met het recht op een eerlijk proces, want het is maar zeer de vraag hoe eerlijk dit is.

De Nederlandse rechters zullen dus niet langer automatisch uitgaan van een faillissement van de vennoot bij een faillissement van de V.O.F.. Het kan dus voorkomen dat de V.O.F. failliet gaat, maar de vennoten van deze V.O.F. niet. Om zowel de V.O.F. als de venno(o)t(en) failliet te laten verklaren, is het vereist dat je als schuldeiser voor ieder afzonderlijke en apart verzoek tot faillietverklaring indient.

Meer weten hierover van een advocaat ondernemingsrecht in Tilburg?

Bron: Hoge Raad 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251

Neem voor meer informatie contact op met: