Economische eigendom

Door: Leo van Osch - 24 februari 2014

Voor juristen is economische eigendom een taai onderwerp. Het is ook eigenlijk geen juridisch begrip maar meer een term die ontstaan is in de belastingwereld.

Wat houdt het begrip nu in? De Hoge Raad heeft het als volgt geformuleerd: economische eigendom is geen eigendom is maar een samenspel van rechten en verplichtingen met betrekking tot een -meestal onroerende- zaak welke rechten en verplichtingen ook een belang vertegenwoordigen.
Dat belang omvat tenminste, zo is in de fiscale rechtspraak uitgemaakt, het risico van waardeverandering en dat komt toe aan een ander dan de juridische eigenaar. Anders geformuleerd: er is sprake van een splitsing van macht (de juridische betekenis) en belang- (de economische betekenis).

Wat dat voor vervelende consequenties kan hebben blijkt uit de navolgende zaak die recentelijk door het Hof den Bosch is beslist. Wat was het geval :

Twee personen kochten een pand dat werd ingebracht in de eenmanszaak van een van de twee en ook op de balans kwam te prijken. Juridisch gesproken bleven beide partijen eigenaar maar economisch gesproken werd de eigenaar van de eenmanszaak verantwoordelijk voor de aflossing hypotheek , onderhoud van het pand et cetera et cetera en daarmee was in zijn visie ook sprake van een splitsing tussen de juridische eigendom en economische eigendom.
Toen partijen uit elkaar gingen moest een verdeling worden gemaakt van hetgeen ze gemeenschappelijk hadden en toen bleek dat de andere partij zich op het standpunt stelde dat hij recht op de helft van de inmiddels in het pand ontstane overwaarde.

De rechtbank Breda gaf hem daarin gelijk en veroordeelde de eigenaar van eenmanszaak tot betaling van een fors bedrag. De rechtbank overwoog daarbij dat "de inbreng van het bedrijfspand in eenmanszaak op zichzelf niet meebrengt dat het pand daarmee buiten iedere verdeling viel nu niet is gesteld of gebleken dat beide partijen aldus hebben willen verdelen."

Het hof maakte korte metten met die redenering en oordeelde dat partijen met de inbreng van het bedrijfspand hebben beoogd alle rechten en verplichtingen met betrekking tot het pand, en daarmee ook alle risico's van wijzigingen in de waarde ervan, bij de eigenaar van de eenmanszaak onder te brengen. Er hoefde dus niet meer te worden afgerekend ondank dat partijen ieder nog voor de helft juridisch eigenaar waren.

 

 

Neem voor meer informatie contact op met: