Kennispagina familierecht

Mediation

Echtscheidingsmediation

Bij (echt)scheidingsmediation regel je onder begeleiding van één advocaat/-mediator samen de gevolgen van de scheiding. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd in een scheidingsconvenant. De advocaat-mediator vraagt vervolgens op gemeenschappelijk verzoek de echtscheiding aan. Daarvoor hoef je niet zelf naar de rechter, op korte termijn wordt door de rechter uitspraak gedaan. Uit de praktijk blijkt dat mediation meestal de beste, snelste en goedkoopste manier is om uit elkaar te gaan.

Mediation/conflictbemiddeling

Bij een conflict kunnen partijen een (advocaat-)mediator inschakelen om te komen tot het beëindigen van het conflict, met een bevredigende oplossing van alle betrokkenen. Het ingaan van een mediation-traject is vrijwillig. De mediator geeft partijen de benodigde (juridische) informatie zodat de partijen zelf tot afspraken kunnen komen.  De bemiddelaar legt de afspraken vast in een overeenkomst en heeft de verantwoordelijkheid dat partijen deze afspraken ook begrijpen. Voorafgaand aan de mediation tekenen partijen een mediationovereenkomst.

Mediationovereenkomst

Voordat de mediation aanvangt wordt door de mediator de mediationovereenkomst toegelicht,  besproken en ondertekend. De mediationovereenkomst is een overeenkomst tussen de mediator en partijen waarin de regels van de mediation zijn vastgelegd zoals geheimhouding, vertrouwelijkheid en of de gemaakte afspraken stand houden mocht de mediation niet slagen.

Mediator/bemiddelaar

De mediator is onafhankelijk en een neutraal persoon. Hij of zij begeleidt het mediationproces en grijp zo nodig in zodat de partijen op een constructieve manier in gesprek blijven. De advocaat-mediator draagt er zorg voor dat partijen de benodigde (juridische) informatie krijgen om tot afspraken komen. Daarnaast zorgt hij ervoor dat de afspraken op een goede manier wordt vastgelegd in een overeenkomst.

Samenlevingsvormen

 

Het huwelijk en geregistreerd partnerschap

Wanneer je trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat hebben jij en je partner volgens de wet bepaalde rechten en plichten tegenover elkaar. Tegenwoordig zijn de gevolgen van het huwelijk en het geregistreerd partnerschap gelijk aan elkaar. Een huwelijk of geregistreerd partnerschap moet via de rechter worden ontbonden.

Voorwaarden huwelijk of geregistreerd partnerschap

Beide partners moeten 18 jaar of ouder zijn en je mag niet met een ander gehuwd zijn of een geregistreerd partnerschap gesloten hebben. Daarnaast mogen bepaalde familieleden (ouders en kinderen, grootouders en kleinkinderen en broers en zussen) niet met elkaar trouwen of een geregistreerd partnerschap sluiten.

 

Rechten en plichten tijdens huwelijk of geregistreerd partnerschap

In een huwelijk of geregistreerd partnerschap hebben de partners bepaalde rechten en plichten, waarvan een aantal rechten en plichten gelden ongeacht de vraag of partijen op (huwelijkse) voorwaarden getrouwd zijn of een partnerschap zijn aangegaan. Voorbeelden zijn dat partners  elkaars achternaam mogen gebruiken, zij niet zijn verplicht tegen elkaar te getuigen in een rechtszaak en dat zij bepaalde handelingen uit elkaars naam mogen verrichten. Voor een aantal rechtshandelingen hebben de partners elkaars toestemming nodig. Ontbreekt deze toestemming, kan de rechtshandeling door de ander worden vernietigd. De plichten die beide partners naar elkaar hebben zijn dat zij elkaar dienen te verzorgen en onderhouden (onderhoudsplicht) en elkaars wettelijke erfgenaam zijn. Bij dit laatste kan per testament van worden afgeweken. Daarnaast bouw je met een pensioenregeling rechten op voor een ouderdomspensioen, ook voor elkaar. Wanneer één van de partners overlijdt, kan de ander aanspraak maken op een nabestaandenpensioen.

 

Verschil huwelijk en geregistreerd partnerschap

Zowel een huwelijk als een geregistreerd partnerschap kan door personen van een gelijk of verschillend geslacht gesloten worden. Bij een huwelijk geeft men elkaar het Ja-woord, dat is bij een geregistreerd partnerschap niet nodig. Een huwelijk tussen man en vrouw wordt in principe overal ter wereld erkend. Bij een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht is dat niet het geval. Dat geldt ook voor een geregistreerd partnerschap, zowel tussen personen van verschillend als van hetzelfde geslacht. Bij langer verblijf in het buitenland of bij emigratie kunnen er dan problemen ontstaan, bijvoorbeeld met het erfrecht.

Een geregistreerd partnerschap kan, als er geen minderjarige kinderen zijn, worden beëindigd  zonder tussenkomst van de rechter. Een huwelijk kan alleen door tussenkomst van een rechter beëindigd worden. Een geregistreerd partnerschap kan omgezet worden bij de gemeente in een huwelijk. Een huwelijk omzetten in een geregistreerd partnerschap is niet mogelijk. Tussen een huwelijk of geregistreerd partnerschap bestaan nagenoeg geen verschillen als het over de rechten en plichten tussen de partners gaat. Zonder (huwelijkse) voorwaarden ontstaat de gemeenschap van goederen. Als er kinderen binnen de relatie worden geboren gelden dezelfde afstammingsrechtelijke gevolgen voor ouders van een verschillend geslacht. Wordt een kind geboren uit een relatie tussen twee vrouwen en of mannen dan gelden er andere regels, afhankelijk van de situatie.

Samenlevers zonder samenlevingsovereenkomst

Voor samenwoners is er wettelijk niets geregeld, toch kan een samenleving gevolgen hebben. Zo kunnen partners als fiscaal partners worden aangemerkt of als toeslagpartner. Een samenleving kan eveneens gevolgen hebben voor het recht op een uitkering op grond van de participatiewet en of de hoogte van een AOW-uitkering. Samenlevers zijn niet verplicht om elkaar financieel te onderhouden, na een scheiding geldt er geen onderhoudsplicht.  Samenlevers zijn niet elkaars erfgenaam, tenzij dit bij testament is geregeld. Dat je geen samenlevingsovereenkomst hebt, betekent daarom niet dat je geen verplichtingen tegenover elkaar hebt.

Samenlevers mét samenlevingsovereenkomst
Partners kunnen een samenlevingsovereenkomst sluiten waarin de gevolgen van de samenleving geregeld worden. Zij hebben de vrijheid om afspraken te maken over bijvoorbeeld de kosten van de huishouding, een wederzijdse verzorgingsplicht, onderhoudsplicht na scheiding, etc. Het vermogen blijft gescheiden, tenzij goederen samen worden aangeschaft en/of schulden gezamenlijk worden aangegaan. In een samenlevingsovereenkomst kunnen partners wel bepalen dat bepaalde goederen gemeenschappelijk zijn. In de meeste situaties wordt een samenlevingsovereenkomst door een notaris opgesteld, dat is niet verplicht. Pensioenverzekeraars stellen voor het partnerpensioen wel de voorwaarde dat de samenlevingsovereenkomst in notariële vorm is vastgelegd.  Samenlevers zijn niet elkaars erfgenaam, tenzij dit bij testament is geregeld.

 

Vermogen

 

Huwelijk / geregistreerd partnerschap in gemeenschap van goederen

Wanneer men voor het sluiten van het huwelijk of geregistreerd partnerschap niets regelt ontstaat er wettelijk een gemeenschap van goederen. Kort gezegd houdt dit in dat alle goederen en de schulden vanaf dat moment in de gemeenschap vallen. In geval van een scheiding wordt de gemeenschap in beginsel bij helfte verdeeld tussen de partners, voor gemeenschappelijke schulden geldt dat men hoofdelijk aansprakelijk is en blijft. Voor schulden die door een van de personen zijn aangegaan blijft de ander hoofdelijk aansprakelijk maar kan er slechts verhaal worden gehaald op wat uit de gemeenschap is verkregen. Niet in de gemeenschap valt verkregen vermogen uit een nalatenschap of schenking waaraan een uitsluitingsclausule verbonden is. Vanaf januari 2018 geldt een nieuw wettelijk stelsel, de beperkte gemeenschap van goederen.  Alleen de goederen en schulden die tijdens het huwelijk / geregistreerd partnerschap zijn aangeschaft en aangegaan vallen in de gemeenschap. Goederen verkregen voor het huwelijk / of het partnerschap blijven privé, dit geldt ook voor hetgeen uit een nalatenschap tijdens het huwelijk wordt verkregen en of ontvangen schenkingen. Er ontstaan feitelijk 3 vermogen, van iedere partner een privé vermogen én een gemeenschap. Wanneer de aanstaande partners geen beperkte gemeenschap van goederen wensen, dan zullen zij via de notaris voorwaarden moeten laten vaststellen.

Huwelijkse voorwaarden / partner voorwaarden

Met huwelijkse voorwaarden (of bij een geregistreerd partnerschap, partner voorwaarden) wordt bedoeld een schriftelijke akte, door de notaris opgesteld, waarin de (aanstaande) partners de voorwaarden van hun (voorgenomen) samenleving regelen. In de voorwaarden kunnen partijen afwijken van het wettelijke stelsel, de gemeenschap van goederen en vanaf 1 januari 2018 beperkte gemeenschap van goederen. Tussen partijen bestaat tot bepaalde hoogte contractsvrijheid. De meest voorkomende voorwaarden zijn: het uitsluiten van elke gemeenschap al dan niet in combinatie met een verrekenbeding, de koude uitsluiting (uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen en het afzien van pensioenverevening,  een beperkte gemeenschap van goederen waarin enkel bepaalde goederen in de gemeenschap vallen en voorwaarwaarden met verrekenstelsel zoals het periodiek verrekenbeding en het finale verrekenbeding.

 

Samenlevingsovereenkomst

Een samenlevingscontract / overeenkomst regelt de vermogensrechtelijke gevolgen van partners wie samenleving. In een samenlevingsovereenkomst zijn de partners tot bepaalde hoogte vrij afspraken te maken. De afspraken kunnen nagenoeg gelijk zijn aan de voorwaarden bij een huwelijk of partnerschap, maar dat hoeft dus niet. Veelal staan er bepalingen in over een wederzijdse zorgplicht, de betaling van de kosten van de huishouding, het gebruik van de woning en welk vermogen wel of niet gemeenschappelijk is.  Een samenlevingsovereenkomst kan door de partners zelf gesloten worden, maar het gaat meestal via de notaris omdat een notariële samenlevingsovereenkomst bijvoorbeeld verplicht is om elkaar fiscaal partner te zijn. Eindigt de samenleving dan dient de overeenkomst opgezegd te worden.

Scheiding  

Scheiden of ontbinden geregistreerd partnerschap

Om een huwelijk of geregistreerd partnerschap te ontbinden, moet er een verzoekschrift ingediend worden namens een advocaat bij de rechtbank. Dit kan op verzoek van beide partners, of door één van de partners. Bij een gemeenschappelijk verzoek kunnen partners volstaan met één advocaat. Bij een geregistreerd partnerschap waarbinnen geen minderjarige kinderen zijn geboren kan het partnerschap zonder tussenkomst van een rechter ontbonden worden.

 

Er zijn drie manieren om te scheiden: een echtscheiding, een scheiding van tafel en bed en een ontbinding van het huwelijk na de scheiding van tafel en bed. Bij een scheiding van tafel en bed zijn de partners feitelijk gescheiden, maar juridisch nog niet. Dit wordt definitief wanneer het huwelijk na scheiding van tafel en bed wordt ontbonden. Een scheiding van tafel en bed is bij het geregistreerd partnerschap niet nodig.

 

Beëindiging samenleving

Samenwoners kunnen zonder tussenkomst van een rechter uit elkaar gaan. Als de partners een samenlevingsovereenkomst hebben opgesteld dan kan het wel nodig zijn om de overeenkomst op te zeggen. In de samenlevingsovereenkomst is geregeld op welke wijze opzegging mogelijk is.

Echtscheidingsconvenant

Dit is een overeenkomst tussen de ex-partners waarin de gevolgen van de scheiding vastgelegd zijn. Het convenant bevat - afhankelijk van wat er geregeld dient te worden - regelingen over alimentatie, vermogen (verdeling van gemeenschap of afwikkeling huwelijkse voorwaarden, privé vermogen), de echtelijke woning, ondernemingen en afspraken over het pensioen. De afspraken over de kinderen zoals gezag, zorgregelingen en kinderalimentatie staan in het ouderschapsplan.  

 

Ouderschapsplan

Een ouderschapsplan is verplicht bij een ontbinding van een huwelijk of geregistreerd partnerschap met minderjarige kinderen. De hoofdregel is dat zonder ondertekend ouderschapsplan een scheiding niet uit gesproken kan worden/een geregistreerd partnerschap niet ontbonden kan worden. De wet verplicht ouders bepaalde onderwerpen in het ouderschapsplan op te nemen: een regeling over de manier waarop de ouders na de scheiding elkaar informeren en consulteren, de wijze waarop de opvoeding wordt voortgezet (zorgregeling), de verdeling van de kosten van de kinderen en of de kinderen bij het tot stand komen bij het ouderschapsplan betrokken zijn geweest.  

Alimentatie

Alimentatie vloeit voort uit een (wettelijke) onderhoudsverplichting. Alimentatie wordt meestal vastgesteld na een scheiding of verbreking van de samenleving. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen kinderalimentatie, jongmeerderjarige alimentatie en partneralimentatie. De hoogte van de alimentatie is afhankelijk van de (hoogte) van de behoefte aan een bijdrage en de draagkracht om een bijdrage te kunnen voldoen.

 

Partneralimentatie

Partneralimentatie kan worden vastgesteld als een van de partners niet in staat is om in de kosten van het eigen levensonderhoud te voorzien. De duur van de partneralimentatie is maximaal 12 jaar voor een huwelijk. Voor een huwelijk zonder kinderen, moet het huwelijk minimaal 5 jaar hebben geduurd. Wanneer het huwelijk korter dan 5 jaar heeft geduurd, staat de duur van de partneralimentatie gelijk aan de duur van het huwelijk. Deze termijnen gelden ook voor geregistreerde partnerschappen die eindigen via de rechter. De partneralimentatie eindigt van rechtswege als de onderhoudsgerechtigde hertrouwt en of gaat samenleven ‘als ware gehuwd'.

De hoogte van de alimentatie bedraagt maximaal het bedrag waaraan de partner behoefte heeft en is minimaal wat de andere partner op zou kunnen brengen. De bijdrage wordt jaarlijks verhoogd met de wettelijke indexering. Als partners geen nadere afspraken maken kan op verzoek van een van de partners de bijdrage worden gewijzigd als er sprake is van een relevante financiële wijziging van omstandigheden aan de kant van de onderhoudsgerechtigde of de onderhoudsplichtige.

Voor partneralimentatie geldt contractsvrijheid, wat wil zeggen dat de partners zelf afspraken mogen maken over deze onderhoudsbijdrage. Dit geldt voor de hoogte van de bijdrage, de termijn van de onderhoudsverplichting, wijzigingsmogelijkheden en het al dan niet eindigen van de onderhoudsverplichting.

 

Kinderalimentatie

Ouders zijn onderhoudsplichtig voor hun (stief)kinderen, in beginsel tot de leeftijd van 21 jaar. Na een scheiding zullen de ouders afspraken moeten maken over de verdeling van de kosten van de kinderen. Kinderalimentatie is het bedrag dat de (veelal) niet-verzorgende ouder aan de andere ouder, de verzorgende ouder, betaalt als bijdrage in de kosten van de kinderen. De bijdrage wordt jaarlijks verhoogd met de wettelijke indexering. Tot de leeftijd van 18 jaar dient de kinderalimentatie aan de verzorgende ouder voldaan te worden, vanaf 18 jaar is het kind zelf rechthebbende. Het voldoen van de kosten van de kinderen, de kinderalimentatie, heeft voorrang op andere onderhoudsverplichtingen. Voor de vaststelling van de kosten van de kinderen wordt veelal aansluiting gezocht bij de Alimentatienormen. Dit zijn normen die richtlijnen geven op welke manieren de kosten van de kinderen berekend kan worden.

Advocaten