Samenwonen als waren zij gehuwd, ondanks twee huizen

29 juli 2015

Man en vrouw zijn in 1994 met elkaar getrouwd in gemeenschap van goederen. In 2004 werd dit huwelijk omgezet in een geregistreerd partnerschap, waarna het geregistreerd partnerschap werd ontbonden. Bij de ontbinding van het geregistreerd partnerschap werden afspraken gemaakt over de verdeling van alle goederen, waaronder het huis. De vrouw mocht in het huis blijven wonen, maar moest ook de hypotheek betalen. De vrouw moest hiervoor wel een bedrag van € 127.470,77 aan de man betalen wegens overbedeling. Dit betekent dat de vrouw een groter deel van de gemeenschappelijke boedel had gekregen na echtscheiding. Om de man te compenseren moest zij dit bedrag aan de man voldoen. Dit bedrag hoefde zij niet meteen te betalen, dat kon in termijnen. Er werden echter wel afspraken gemaakt over wanneer de man het bedrag ineens kon opvragen. Dit was bijvoorbeeld het geval als de vrouw opnieuw zou trouwen, een geregistreerd partnerschap zou aangaan of zou gaan samenwonen als waren zij gehuwd. Van samenwonen als waren zij gehuwd is pas sprake als aan alle wettelijke eisen wordt voldaan. De wet stelt vijf eisen: 1) een affectieve relatie, 2) van duurzame aard, 3) die meebrengt dat zij elkaar wederzijds verzorgen, 4) met elkaar samenwonen en 5) een gemeenschappelijke huishouding voeren. Wanneer de vrouw een dergelijke relatie zou aangaan, zou de man ineens om het gehele bedrag kunnen verzoeken en de vrouw zou hier dan aan moeten voldoen.

In 2012 meende de man dat de vrouw was gaan samenwonen als waren zij gehuwd. Hij wendde zich daarom tot de rechter om te laten vaststellen dat er inderdaad sprake was van samenwoning als waren zij gehuwd en bovendien wilde vroeg hij de rechter de vrouw op te leggen dat zij het bedrag van € 127.470,77 moest voldoen.

De man had een onderzoeks- en recherchebureau ingeschakeld om vast te stellen of de vrouw inderdaad samenwoonde als waren zij gehuwd. De nieuwe partner had nog wel een eigen huis, maar volgens de man deed dit er niet aan af. Uit het onderzoek volgden verschillende punten op basis waarvan de man vaststelde dat voldaan werd aan de wettelijke eisen: 

  • De vrouw en haar nieuwe partner waren op cruciale momenten aanwezig in het huis van de vrouw. Als cruciale momenten werden aangevoerd de nachten en etenstijden.

  • De auto van nieuwe partner werd ’s nachts nooit bij zijn eigen huis gesignaleerd.

  • Zowel de dagen als nachten werden doorgebracht in het huis van de vrouw. De nieuwe partner bezat nog een eigen huis, maar uit het onderzoek bleek dat de man hier niet, los van de vrouw, zijn dagen en nachten spendeerde.

  • De nieuwe partner deed boodschappen en bracht deze boodschappen naar de woning van de vrouw.

  • De nieuwe partner vertrok ’s ochtends bij de vrouw naar zijn werk en kwam hier ook na werktijd weer terug.

  • De nieuwe partner bracht de kinderen in het kader van de omgangsregeling naar de man en haalde ze hier ook weer op.

  • De nieuwe partner vierde zijn vijftigste verjaardag in het huis van de vrouw.

  • De vrouw en haar nieuwe partner vierden gezamenlijk verjaardagen, kerstmis en Pasen en gingen bovendien samen op vakantie.

  • De nieuwe partner ging het huis van de vrouw zelfstandig binnen, ook als zij niet thuis was. De man trok hieruit de conclusie dat de nieuwe partner een eigen sleutel van het huis had.

  • De woning van de nieuwe partner stond in te koop.

 

De man meende dat er bovendien sprake was van financiële verbondenheid tussen de vrouw en haar nieuwe partner. De nieuwe partner verbleef immers kosteloos in het huis van de vrouw en deed ook boodschappen voor het gezin. Nergens bleek uit dat tussen de vrouw en haar nieuwe partner een afrekening plaatsvond.

De vrouw stelde echter niet samen te wonen met haar nieuwe partner. Zij gaf weliswaar toe dat er sprake was van een affectieve relatie van duurzame aard, maar ontkende dat er sprake was van daadwerkelijk samenwonen. Zo gaf de vrouw aan dat de zij en haar nieuwe partner de financiën gescheiden hielden. Zij zouden graag samenwonen, maar volgens de vrouw zou dit financieel gezien pas mogelijk zijn als het huis van haar nieuwe partner verkocht was.

 

Het Hof moest oordelen over de vraag of hier sprake was van samenwoning als waren zij gehuwd. Het Hof meende dat het feit dat de nieuwe partner nog een eigen woning bezat waardoor het financieel gezien niet mogelijk was om samen te wonen, niet meebracht dat er geen sprake kan zijn van samenwonen als waren zij gehuwd. De feiten die door de man aangevoerd werden, brachten volgens het Hof mee dat er wel degelijk sprake was een affectieve relatie van duurzame aard met wederzijdse verzorging, samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding. Dit bracht mee dat de vrouw het gehele bedrag van € 127.470,77 moest betalen aan de man, tenzij de vrouw nog kon bewijzen dat er echt geen sprake was van samenwonen als waren zij gehuwd.

 

Blijkens deze uitspraak dient echt inhoudelijk bezien te worden of er sprake is van samenwoning als waren zij gehuwd. Het enkele feit dat er nog twee huizen en een gescheiden financiële huishouding is, brengt niet mee dat er geen sprake kan zijn van samenwoning als waren zij gehuwd. Het inschakelen van een onderzoeks- en recherchebureau lijkt vergaand, maar is een goede manier om te bewijzen dat er bepaalde zaken aan de gang zijn. Zonder een dergelijk onderzoeksrapport is het heel lastig om aan te tonen dat twee mensen samenwonen.

 

Meer weten hierover van een advocaat familierecht in Tilburg?

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juni 2015, ECLI:NL:2015:4200.

Neem voor meer informatie contact op met: