Uitleg van het ouderschapsplan aan de hand van de Haviltex-formule

16 juli 2015

De man en vrouw zijn van 2004 tot 2009 getrouwd geweest. Tijdens hun huwelijk is één kind geboren. In 2009 stelde de rechter in Brussel de echtscheiding vast. Tegelijkertijd oordeelde de rechter dat het kind bij de moeder zou wonen. Later kwam de rechter op deze beslissing terug en oordeelde de rechter dat het beter was als het kind bij de vader zou gaan wonen. De moeder was het met deze beslissing oneens, waardoor de hogere rechter moest oordelen over het hoofdverblijf van het kind.

De moeder gaf aan dat zij, in tegenstelling tot hetgeen wat de rechter had geoordeeld, wel een vaste verblijfplaats kon bieden. Zij gaf aan dat zij het kind een stabiele opvoedingsomgeving kon bieden, zonder dat de door de rechter genoemde risicofactoren aanwezig zouden zijn. Zij gaf aan dat zij in januari 2015 zou verhuizen naar een woning voor onbepaalde tijd. Deze verhuizing bracht dus ook een stabiele plek voor het kind mee. Bovendien zou de vrouw ook na de verhuizing nog steeds begeleid worden vanuit het steunpunt en de woning werd betaald door de bewindvoerder. Dit bracht mee dat het een veilige en stabiele plek bood aan de moeder en het kind. De rechter verweet de moeder bovendien dat zij had ingestemd met het feit dat het kind het hoofdverblijf bij de vader zou hebben. De moeder gaf echter aan dat zij hier enkel onder druk van de vader mee had ingestemd.

De vader meende echter dat het terecht was dat het kind bij hem het hoofdverblijf zou hebben. De ouders hadden namelijk een ouderschapsplan opgesteld waarin ook was opgenomen dat het kind bij de vader zou wonen. Hij meende dat de moeder zich aan het ouderschapsplan diende te houden. Dit ouderschapsplan werd door de moeder ondertekend nadat zij naar de rechter stapte om het hoofdverblijf te laten wijzigen. De vader geeft aan dat de wisselvallige en daardoor onstabiele houding van de moeder hier sterk uit blijft. Zij tekende immers beroep aan tegen het hoofdverblijf bij de vader, maar ging vervolgens in het ouderschapsplan wel akkoord met het hoofdverblijf bij de vader. De vader meende dat hieruit voldoende bleek dat de moeder geen stabiele basis voor het kind kon bieden. De vader ontkende bovendien dat hij de vrouw onder druk had gezet om akkoord te gaan met het hoofdverblijf bij hem.

De moeder kon zich in het standpunt van de vader niet vinden. Zij had inderdaad het ouderschapsplan ondertekend nadat zij beroep had ingesteld, maar het was nimmer haar intentie geweest om het hoofdverblijf te wijzigen naar de vader.

Het was vervolgens aan de rechter om een beslissing te nemen over het hoofdverblijf van het kind. De rechter heeft bij zijn beoordeling ook het ouderschapsplan betrokken. Volgens de rechter waren de bewoordingen uit het ouderschapsplan helder, daaruit bleek duidelijk dat de vader en moeder hadden afgesproken dat het kind bij de vader zou wonen. De taalkundige uitleg is echter niet de enige uitleg die door de rechter werd gehanteerd, het is namelijk ook van groot belang welke bedoelingen de vader en moeder hadden toen zij het ouderschapsplan sloten. De rechter hanteerde bij zijn beslissing de zogenaamde Haviltex-formule. Deze formule is tot stand gekomen in een arrest van de Hoge Raad, genaamd Haviltex. Deze formule houdt in dat een bepaling moet worden uitgelegd aan de hand van de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij van elkaar mochten verwachten. De rechter stelde dat de moeder na het instellen van het beroep nog in overleg was getreden met de vader om zo tot overeenstemming te komen. Deze overeenstemming werd bereikt en vastgelegd in het betreffende ouderschapsplan. De vader had niet kunnen weten en verwachten dat de moeder anders bedoelde de bedoeling die in het ouderschapsplan tot uitdrukking kwam. De rechter ging er daarom vanuit dat het kind het hoofdverblijf bij het kind diende te hebben.

Uit deze recente uitspraak blijkt dat bij de uitleg van een ouderschapsplan niet enkel van belang is wat er op papier is gezet, maar ook wat de bedoelingen waren toen dit op papier werd gezet. De vader en moeder hebben overleg gehad voordat zij akkoord gingen met hetgeen in het ouderschapsplan stond, hierdoor zou voor partijen duidelijk moeten zijn wat de bedoelingen waren. Deze bedoelingen komen immers bij het overleg over het ouderschapsplan vaak tot uitdrukking. Het is dus te simpel om ervan uit te gaan dat hetgeen op papier staat ook hetgeen is dat in de praktijk zo moet uitwerken. Natuurlijk speelt de taalkundige uitleg een rol, maar er dient wel degelijk rekening gehouden te worden met de bedoelingen.

Meer weten hierover van een advocaat familierecht in Tilburg?

Bron: Gerechtshof ís-Hertogenbosch 9 juli 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2584

Neem voor meer informatie contact op met: