Geen alimentatie voor jongmeerderjarige na grievende uitlatingen en gedragingen

27 maart 2015

Eerder bleek al dat wangedrag ertoe kan leiden dat de ex-partner geen recht meer heeft op alimentatie. De gedragingen of uitlatingen moeten in dat geval dusdanig grievend zijn, dat van de betalende partner in alle redelijkheid niet kan verwacht dat hij of zij een financiële bijdrage in het onderhoud van de ex-partner levert. Maar, hoe zit het bij grievende uitlatingen of wangedrag van de kinderen? Hoeft de vader of moeder in dat geval ook geen bijdrage in het onderhoud van het kind te leveren, omdat dat niet gevergd kan worden? Bij minderjarige kinderen bestaat deze mogelijkheid niet, de ouder zal daar toch moeten betalen. Bij jongmeerderjarigen die nog behoefte hebben aan een bijdrage in de studie en het levensonderhoud, zit dat weer anders. Uit de volgende uitspraak blijkt dat bij jongmeerderjarigen de mogelijkheid tot korting op de alimentatie wel bestaat.

Man en vrouw waren getrouwd geweest tot 1999. Gedurende het huwelijk werd één kind geboren in 1995. Bij het uitspreken van de echtscheiding werd ook afgesproken dat de man als bijdrage aan het levensonderhoud van het kind een maandelijks bedrag van ƒ 750,- moest betalen. Vanaf 1 juli 2004 werd dit bedrag echter nihil gesteld en hoefde de vader niets meer te betalen. Rond deze zelfde periode had de vader nog wel geprobeerd om het contact te herstellen, maar dit is niet gelukt. De zoon wilde geen contact met zijn vader zolang de vader het seksueel misbruik zou blijven ontkennen.

De zoon zocht in 2013 zelf contact, maar enkel omdat hij wilde dat zijn vader zou bijdragen in de kosten van zijn levensonderhoud en studie. Hij vroeg om een bedrag van €523,45 per maand.

De rechter boog zich vervolgens over de vraag of het verzoek van de zoon redelijk was. In beginsel volgt uit de wet dat op een ouder de verplichting rust om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud en studie van jongmeerderjarigen tot hij 20 jaar wordt. Op deze betalingsverplichting bestaat echter ook een wettelijke uitzondering. De ouder hoeft de alimentatie niet te betalen als dat naar redelijkheid niet gevergd kan worden. Dit is aan de orde als het gedrag van degene die het geld ontvangt zodanig kwetsend is dat betaling niet gevergd kan worden. De zoon had na de echtscheiding nooit contact gehad of gezocht met de vader, maar dit alleen is niet voldoende om te stellen dat er niet betaald hoeft te worden. De man moet dus betogen waarom betaling niet van hem gevergd kan worden.

De man gaf aan dat de moeder en zoon veel onterechte en ongefundeerde uitspraken over hem hadden gedaan, inhoudende dat hij de zoon seksueel misbruikt zou hebben. De zoon had nimmer contact gezocht en altijd zijn afschuw jegens hem geuit, ook had hij zijn achternaam gewijzigd naar die van de moeder. Deze uitlatingen en gedragingen hadden een grote impact op de psychische gezondheid van de man. De man meende dat gezien deze omstandigheden niet van hem kon worden gevergd dat hij een bijdrage zou leveren in de kosten van het levensonderhoud en de studie.

De zoon kon zich niet vinden in de uitlatingen van de vader. Hij gaf aan dat hij zich (sowieso sinds het meerderjarig worden) niet schuldig had gemaakt aan grievende uitlatingen of gedragingen. De zoon kon zich van het verleden weinig herinneren en sprak daarom nooit over gebeurtenissen. De zoon vond ook dat de vader niet het verband tussen zijn psychische klachten en het stoppen van de omgang had aangetoond. De zoon gaf ook nog aan dat zijn brief uit 2013, waarin hij verzocht om een maandelijkse bijdrage, ook moest worden opgevat als een poging tot herstel van het contact. De zoon wilde geen mediation om het contact te herstellen, maar mailcontact was volgens hem wel mogelijk.

Het Hof boog zich ook over de discussie omtrent het seksueel misbruik. Aan het feit dat de zoon lange tijd de beleving had gehad ten aanzien van het seksueel misbruik, moest niets worden afgedaan volgens de rechter. Er stond echter wel vast dat er nooit vervolging van de man had plaatsgevonden. De man had het seksueel misbruik ook altijd stelling ontkend. De man had psychisch veel last gehad van het feit dat er geen contact was. Hij had moeite de zoon los te laten, wat zijn psychisch herstel in de weg stond. Het verzoek om financiële bijdrage en het altijd negeren van zijn verzoeken tot contact, hadden zijn sporen zeker nagelaten bij de man.

Het Hof meende daarom ook dat voldoende aannemelijk was dat de zeer ernstige beschuldigingen en het verlies van het contact als zeer schokkend en grievend ervaren werden door de man. Dat de zoon zich hier weinig van kan herinneren en eigenlijk nooit zelf beschuldigingen had geuit, deed hier niet aan af. De zoon had nooit enige poging tot contactherstel, ook de brief van 2013 moest niet als zodanig worden opgevat. Het feit dat hij niet tot mediation bereid was, droeg bij aan deze opvatting.

Het Hof meende daarom dat van de man niet gevergd kon worden dat hij zou bijdragen in de kosten van levensonderhoud en studie van de zoon. De gedragingen waren namelijk ook nu nog te grievend en schokkend voor de man.

Uit deze uitspraak is duidelijk op te maken dat ook wangedrag van jongmeerderjarigen kan leiden tot het stopzetten van de plicht tot voldoening van alimentatie. Enkel het feit dat er geen contact is tussen kind en ouder is onvoldoende, er moeten meer (ernstige) omstandigheden spelen. In dit geval waren de beschuldigingen voldoende om uit te gaan van zodanig grievende uitlatingen en gedragingen dat geen alimentatieplicht meer bestond.

Meer weten hierover van een advocaat familierecht in Tilburg?

 

 

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:1815.

Neem voor meer informatie contact op met: