Vijf jaar alimentatie na 33 jaar huwelijk

13 november 2014

Man en vrouw waren al 33 jaar gehuwd toen zij wilden scheiden en zich hiervoor tot de rechtbank wendden. Man en vrouw woonden echter al zeven jaar niet meer bij elkaar. Gedurende deze zeven jaar heeft de man maandelijks geld aan de vrouw betaald om haar te helpen te voorzien in haar levensonderhoud. Toen de man de rechter vroeg om de echtscheiding uit te spreken, vroeg hij dan ook of hij niet langer in het levensonderhoud van de vrouw hoefde bij te dragen. Dit had hij immers al zeven jaar gedaan.

De vrouw was het eens met de echtscheiding, maar niet met het feit dat de man zou stoppen met het betalen van alimentatie. De vrouw meende recht te hebben op € 5.400,- per maand als bijdrage in het levensonderhoud. De man gaf bij de rechter aan nog maximaal vijf jaar alimentatie te willen betalen. De man wilde bovendien niet maandelijks € 5.400,- bijdragen in haar levensonderhoud. Dit bedrag vond de man onevenredig veel en hij kon dit bedrag niet betalen door teruglopende inkomsten uit zijn maatschap.  Bovendien droeg de man al € 2.000,- per maand bij aan de studiekosten van hun kinderen, die overigens al meerderjarig waren.

De rechtbank sprak de echtscheiding uit tussen de man en vrouw. Voor de beoordeling van de alimentatie heeft de rechtbank de inkomsten en lasten van zowel de man als de vrouw afgewogen. De rechtbank kwam met deze afweging tot de conclusie dat de vrouw maandelijks een behoefte heeft van € 2.448,- als bijdrage in haar levensonderhoud. Volgens de rechter heeft de man voldoende draagkracht om dit bedrag maandelijks te voldoen. Wel hield de rechter rekening met het feit dat partijen dit jaar 60 en 61 zullen worden, de pensioenleeftijd komt eraan. Op het moment dat partijen deze leeftijd zullen bereiken, zal de inkomenssituatie behoorlijk gaan veranderen. De rechter kwam hierdoor tot de conclusie dat de man nog vijf jaar lang moest bijdragen in het levensonderhoud van de vrouw. Dit had feitelijk een aantal redenen, namelijk de wijziging in de inkomenssituatie op het moment van pensionering en het feit dat de wet een maximumtermijn stelt aan de alimentatieverplichting, namelijk 12 jaar. De man had al zeven jaar alimentatie voldaan, dus rest hem nog vijf jaar volgens de wet. De man heeft nog getracht het bedrag te verlagen met als reden dat de vrouw voldoende inkomen kreeg uit haar werk. De rechtbank heeft hierover gemeld dat de alimentatie ook gebaseerd is op de lotsverbondenheid tussen partners en de mate van welstand die partijen gewend waren.

Uit deze uitspraak blijkt dat de rechter de hoogte en duur van alimentatie erg casuïstisch bekijkt, per situatie is het geval anders en daarop past de rechter de alimentatie aan. Vijf jaar alimentatie na een huwelijk van 33 jaar klinkt erg gering, maar blijkt door de omstandigheden erg redelijk.

Meer weten hierover van een advocaat familierecht in Tilburg?

 

 

 

Bron: Rechtbank Overijssel 2 juni 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:3964

Neem voor meer informatie contact op met: