Alimentatie na verwijtbaar inkomensverlies

10 september 2014

Man en vrouw zijn lang getrouwd geweest, maar in 2011 is tussen hen de echtscheiding uitgesproken. Bij het uitspreken van deze echtscheiding is door de rechter ook bepaald dat de man moest bijdragen in het levensonderhoud van de vrouw, ofwel alimentatie moest betalen. Deze alimentatie is jaarlijks verhoogd met de wettelijke indexering (voor meer informatie hierover, klik hier).

De man heeft bij het hof aangegeven dat zijn draagkracht per 1 januari 2013 is gedaald, waardoor hij niet langer kon bijdragen in het levensonderhoud van de vrouw. Volgens de man is deze verandering in zijn draagkracht gekomen doordat er een relevante verandering van omstandigheden had plaatsgevonden. Hij vroeg de rechter dan ook of hij niet langer alimentatie hoefde te betalen.

 

De man had als orthopedisch chirurg in een maatschap gewerkt. Halverwege 2012 had de man zijn baan opgezegd per 1 januari 2013, omdat hij 60 jaar was geworden. De vrouw was het hier niet mee eens, en wenste dat de man alimentatie zou blijven betalen. Volgens de man was gedurende het huwelijk (al in 1989) afgesproken dat de man zou stoppen als hij de leeftijd van 60 jaar zou bereiken. Het hof vond echter dat deze afspraak tussen man en vrouw onvoldoende werd bewezen door de man. De man had getracht deze afspraak te bewijzen, maar de vrouw kon ook bewijs leveren wat de  afspraak juist ontkrachtte. De vrouw vond daarom dat de man inkomensverlies had geleden en dat dit inkomensverlies hem te verwijten viel. De man had meer rekening moeten houden met het feit dat hij alimentatie moest betalen, en had daarom nooit zijn maatschapscontract mogen opzeggen. De man had aangegeven dat hij dit mede had gedaan vanwege medische klachten die hem belemmerden. Volgens de vrouw hadden deze medische klachten hem echter nog nooit belemmerd om te werken, bovendien had de man in dat geval aanspraak kunnen maken op zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering in plaats van zijn pensioen. Ook gaf de man aan dat erg veel medische specialisten al voor hun 65e stoppen met werken, maar dit achtte het hof niet bewezen. Het hof was dus, net zoals de vrouw, van mening dat het inkomensverlies van de man verwijtbaar was. Het hof was bovendien van mening dat het inkomensverlies niet herstelbaar was. De man kon de opzegging niet ongedaan maken en gezien de leeftijd en medische klachten, was het onmogelijk weer inkomen te genereren als medisch specialist.

 

Ondanks het feit dat ook het hof het inkomensverlies verwijtbaar en onherstelbaar achtte, hield het hof rekening met zijn inkomensdaling. Het mocht volgens het hof niet zo zijn dat de man door de alimentatie niet meer in zijn eigen levensonderhoud kon voorzien. Indien de man de alimentatie zou blijven betalen zoals volgens de wettelijke indexering vereist was, zou het inkomen van de man dalen tot beneden 90% van de bijstandsnorm. Dit achtte het hof onaanvaardbaar. Ook bleek de behoefte van de vrouw door verschillende omstandigheden gedaald te zijn, waardoor het bedrag wat bij de echtscheiding was vastgesteld te hoog was.

Gezien dit alles meende het hof dat de man gehouden was alimentatie te blijven voldoen, maar het hof stelde de alimentatie wel lager vast dan voorheen het geval was.

 

Meer weten over alimentatie van een advocaat familierecht in Tilburg?

 

 

 

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 augustus 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6864

Neem voor meer informatie contact op met: