Kosten van kinderen ouder dan 18 jaar

Door: Lilian Scheepens - 22 oktober 2013

Kinderalimentatie wordt vastgesteld naar behoefte en naar draagkracht. Voor kinderen tot 18 jaar kan de behoefte worden afgeleid uit de tabellen "eigen aandeel kosten kinderen", die zijn opgesteld door het Nibud. Het aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen wordt bepaald door het gezamenlijk netto besteedbaar inkomen voor de verbreking van de (huwelijkse) samenwoning, het aantal kinderen binnen het gezin en de leeftijd van de kinderen.

Voor jongmeerderjarige kinderen, dat wil zeggen de kinderen tussen 18 en 21 jaar, zijn de ouders nog steeds onderhoudsplichtig, maar voor deze kinderen zijn geen tabellen beschikbaar waaruit de kosten eenvoudig kunnen worden afgeleid. De kosten voor met name studerende kinderen zijn aanzienlijk. Voor studerende kinderen wordt dan ook vaak aansluiting gezocht bij de WSF-normen voor thuiswonende en uitwonende studerende kinderen.

Maar wat nu als de kinderen niet studeren?

De behoeftigheid van kinderen wordt niet ter discussie gesteld. Verdienen de kinderen een eigen inkomen, dan zal dat in veel gevallen van invloed zijn op de behoefte, in die zin dat er dan geen behoefte meer bestaat aan een bijdrage van de ouder. Bijbaantjes daargelaten. Maar een kind dat niets doet heeft toch behoefte aan een bijdrage.

Op 4 oktober 2013 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen, waarin de behoefte van een jongmeerderjarige in het geding was. Het Hof had aansluiting gezocht bij de tremanormen en de kosten van het kind afgeleid uit de hiervoor genoemde tabellen. De Hoge Raad floot het Hof terug en gaf aan dat niet zonder meer die tabellen gevolgd konden worden, aangezien die tabellen immers enkel gelden voor kinderen niet ouder dan 18 jaar. Voor kinderen vanaf 18 jaar ontvangt de verzorgende ouder immers geen kinderbijslag meer en een 18-jarige is wel een premie voor de zorgverzekering verschuldigd. De Hoge Raad achtte het dan ook onbegrijpelijk dat het Hof voor de beoordeling van de behoefte van de jongmeerderjarige na diens meerderjarig worden en tot de aanvang van zijn studie, zonder nadere motivering aansluiting had gezocht bij de Nibud-tabellen. De zaak werd terug verwezen naar het Hof. Waarschijnlijk zal deze uitspraak leiden tot meer maatwerk als het gaat om het vaststellen van de kosten van een jongmeerderjarig niet studerend kind.