huwelijkse voorwaarden

Door: Lilian Scheepens - 9 september 2013

In veel huwelijkse voorwaarden is opgenomen een periodiek verrekenbeding dat veelal niet door echtelieden wordt nagekomen tijdens hun huwelijk. Een verrekenbeding houdt meestal kort gezegd in dat partijen elk jaar het overgespaarde inkomen verdelen. Indien partijen dat niet hebben gedaan stelt de wet daarop een zware sanctie. Bij het einde van het huwelijk worden alle bezittingen vermoed te zijn gefinancierd uit overgespaard inkomen. Omdat er sprake is van slechts een vermoeden is tegenbewijs mogelijk. Indien bepaalde activa aantoonbaar niets te maken hebben met overgespaard inkomen, blijft de waarde daarvan buiten de verrekenvordering. Indien een huis bijvoorbeeld in eigendom is verworven met geld afkomstig uit een erfenis, dan heeft de verwerving daarvan niets te maken met overgespaard inkomen en blijft de waarde van de woning aldus buiten de verrekening.

Wat is eigenlijk overgespaard inkomen? In grote lijnen gaat het om het geld dat bespaard is gebleven van het inkomen, na aftrek van de kosten huishouding. Wat wordt gerekend tot het inkomen staat meestal omschreven in de huwelijkse voorwaarden zelf. De ene keer wat duidelijker dan de andere keer en dat kan aanleiding geven tot discussies en soms zelfs tot procedures. In dit verband is ook van belang wat wordt gerekend tot de kosten van de huishouding. Meestal zeggen de huwelijkse voorwaarden daarover weinig, maar des te meer is daarover geprocedeerd. Rente betaald op een hypothecaire geldlening wordt volgens vaste jurisprudentie aangemerkt als kosten van de huishouding. Aflossing op een hypothecaire geldlening wordt daarentegen aangemerkt als een investering met overgespaard inkomen. De consequentie hiervan is dat een huis dat volledig is gefinancierd met een hypothecaire geldlening waarop alleen rente werd betaald, dus niet zal leiden tot een vordering van de ene echtgenoot op de ander in het kader van de periodieke verrekenverplichting. Indien in de woning echter ook is geïnvesteerd met overgespaard inkomen (aflossingen op de hypotheek uit het inkomen) dan zal de waardevermeerdering wel verrekend moeten worden.

Onlangs heeft het gerechtshof te 's-Hertogenbosch nog een opmerkelijke beslissing genomen. De uitspraak dateert van 11 juli 2013 en betreft een zaak waarin sprake was van een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding. De woning was ten name van de man gesteld en volledig gefinancierd met een hypothecaire lening waarop niet was afgelost. Aan deze lening was een polis van levensverzekering gekoppeld. Omdat er sprake was van een waardevermeerdering in de woning die door de man inmiddels was verzilverd door verkoop van de woning liet de vrouw het er niet bij zitten en vorderde zij in rechte de helft van de waardevermeerdering. Zij voerde daartoe aan dat partijen destijds weliswaar met uitsluiting van iedere gemeenschap waren gehuwd en was in de huwelijkse voorwaarden een periodiek verrekenbeding opgenomen dat betrekking had op overgespaard inkomen, maar de reden daarvoor was volgens haar enkel daarin gelegen geweest dat de vrouw nog schulden had uit haar vorig huwelijk en dat partijen hun vermogen wilde beschermen tegen derden. De man wilde daarvoor uiteraard gevrijwaard worden en om elk risico uit te sluiten dat schuldeisers van de vrouw verhaal zouden halen op gemeenschappelijke goederen van partijen, werd dus besloten tot uitsluiting van iedere gemeenschap. Dat was volgens de vrouw de enige reden geweest waarom partijen voor die huwelijkse voorwaarden hadden gekozen en partijen hadden volgens de vrouw niet de bedoeling gehad dat de vrouw niet zou meedelen in de overwaarde van de echtelijke woning.

Het hof oordeelde dat het niet aanvaardbaar zou zijn indien de vrouw niet zou kunnen meedelen in de opbrengst van de woning. Het hof nam daarbij in overweging dat de aankoop van de woning volledig was gefinancierd met hypothecaire leningen ter name van beide partijen. Bovendien was met overgespaard inkomen een polis levensverzekering bekostigd die bedoeld was om te worden gebruikt voor de aflossing van de hypothecaire leningen. Bovendien was het hof duidelijk geworden dat de woning uitsluitend slechts op naam van een van de echtgenoten was gesteld om eventueel verhaal van schuldeisers op de woning te beperken. Om die reden bepaalde het hof dat de helft van de opbrengst van de echtgelijke woning aan de vrouw toekwam. De bedoeling die partijen hadden bij het aangaan van de huwelijkse voorwaarden was dus belangrijk voor het af en tevens het feit dat de premie van de levensverzekering dus niet wordt gerekend tot de kosten huishouding. Betaling daarvan geschiedt dus uit overgespaard inkomen en de waardevermeerdering in de woning moet worden verrekend tussen partijen en niet alleen de waarde van de polis.

Meer hierover weten van een advocaat in Tilburg?