Het recht om te verhuizen

Door: Lilian Scheepens - 1 november 2012

Steeds vaker krijg ik de vraag of een ouder met de kinderen mag verhuizen naar een andere woonplaats, wanneer daardoor de contactregeling van de andere ouder met de kinderen in het gedrang komt. Onlangs heeft de rechtbank Dordrecht een uitspraak gewezen die weer wat meer houvast geeft als het gaat om de beoordeling van wat wel en niet redelijk is in dit kader.

Wanneer de ouders gezamenlijk het gezag over de kinderen uitoefenen, zullen zij in overleg moeten beslissen over een verhuizing. Indien zij daar samen niet uitkomen kunnen zij hun geschil daarover voorleggen aan de rechter in het kader van artikel 253a BW.

Uiteraard heeft de verhuizende ouder het recht om in vrijheid zijn of haar leven opnieuw in te richten. Soms kan er zelfs een noodzaak bestaan om te verhuizen. Denk daarbij aan werk of de aanwezigheid van een netwerk in de plaats waar men naartoe wil verhuizen. Soms is er sprake van een nieuwe liefde die gebonden is aan een plaats en ook in dat geval is er sprake van een belang om te verhuizen. De verhuizende ouder dient daarbij wel te laten zien dat de verhuizing goed is doordacht en voorbereid. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de belangen van de andere ouder waarbij eventueel alternatieven kunnen worden geboden. Of er sprake is van een goede oudercommunicatie kan ook van belang zijn. Verder het feit dat de kinderen in meerdere of mindere mate vertrouwd zijn geraakt in hun omgeving, denk daarbij aan leeftijd en school. De verdeling van zorgtaken en de frequentie van het contact tussen de andere ouder en de kinderen speelt natuurlijk ook een grote rol bij de afweging, maar ook bijvoorbeeld de kosten en mogelijk geboden compensatie. Het gaat dus hier niet alleen om het belang van het kind. De verhuizende ouder heeft een zekere vrijheid, maar kan ook bijvoorbeeld financieel gezien een belang hebben bij verhuizing en de andere ouder een belang bij de voortzetting van het contact. "Gelijkwaardig ouderschap" is de maatstaf van de rechter bij de beoordeling. De een heeft het recht om te verhuizen en de ander om van het dagelijks leven van de kinderen deel uit te blijven maken.

Voor beide partijen is het van belang om dit soort zaken goed te bespreken. Een slechte voorbereiding, waaronder ook valt te verstaan het zonder overleg met de andere ouder beslissingen nemen die ook de ander en de kinderen aangaan, kan ertoe leiden dat de verhuizing niet doorgaat of zelfs teruggedraaid moet worden. Ook is denkbaar dat de kinderen hun hoofdverblijf krijgen bij de achtergebleven ouder. Het voordeel van overleg is ook dat ook andere opties mogelijk kunnen blijken. In het geval dat door de rechtbank Dordrecht op 22 augustus 2012 is beslist, gaf de rechtbank de moeder uiteindelijk geen toestemming om te verhuizen naar haar geboorteplaats, of althans daar in de buurt. Daarbij werd onder meer overwogen dat de moeder al lang niet meer woonde in de plaats waar zij vandaag kwam en ondertussen in meerdere plaatsen woonachtig was geweest. De door de moeder gestelde veel sterkere binding met de plaats waar ze vandaag kwam viel dus volgens de rechter wel mee. Feiten zijn dus heel belangrijk als het gaat om een beoordeling en de afweging van belangen van alle betrokkenen: vader, moeder en de kinderen.

meer hierover weten van een familierechtadvocaat in Tilburg?

Bron: column Tilburgse Koerier