Ouder wil erfenis minderjarig kind niet ‘op eten'

26 mei 2011

Kantonrechter acht het aanwenden van kinds vermogen niet in het belang van het kind

Vader beschikt over onvoldoende middelen om in het levensonderhoud van zichzelf en zijn minderjarige kind te voorzien. Hij is niet in staat te werken en heeft een uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB) aangevraagd. Het vermogen van de vader en zijn kind is bij elkaar opgeteld hoger dan de vermogensgrens die de WWB kent, rond de €11.000,-, en daarom wordt de aanvraag afgewezen. Het minderjarig kind heeft een spaarrekening waarop een geldbedrag gestort is wat door het kind is geërfd. Het saldo van deze bankrekening bedraagt ruim €21.000 en is, volgens vader, bedoeld om in de toekomst een eventuele studie van het betreffende kind te betalen.

De vader verzoekt de kantonrechter géén machtiging te verlenen om het vermogen van zijn kind aan te wenden ter voorziening in het levensonderhoud want op die manier kan vader niet over het vermogen beschikken en telt het vermogen, voor de vaststelling van het vermogen in het kader van een uitkering op grond van de WWB, niet mee. De kantonrechter wijst het verzoek van vader toe omdat hij het niet in het belang van het kind acht om de vader te machtigen tot het gebruik van het vermogen. 

Meer hierover weten van een advocaat in Tilburg? 

 

Bron: LJN BQ4741, OpMaat nieuwsbericht 2011/ 337