Voortgezet ouderschap

Door: Lilian Scheepens - 27 augustus 2009

Vanaf 1 maart jl. is de nieuwe Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding van kracht. Ouders met minderjarige kinderen dienen bij beëindiging van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap een ouderschapsplan op te stellen en in te dienen tezamen met het echtscheidingsverzoekschrift of het verzoekschrift tot beëindiging geregistreerd partnerschap. Indien geen ouderschapsplan wordt ingediend, kan de rechter partijen verwijzen naar een mediator om alsnog afspraken te maken.

Het ouderschapsplan dient te omvatten: een zorgverdeling tussen de ouders, een regeling voor de informatieverschaffing tussen de ouders betreffende het kind en het vermogen van het kind en een kostenverdeling.

Met de invoering van de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding is een einde gekomen aan de zogenaamde flitsscheiding, althans voor degenen met minderjarige kinderen. De flitsscheiding werd mogelijk na invoering van het geregistreerd partnerschap in 1998. Het geregistreerd partnerschap kon eenvoudig en snel via de burgerlijke stand beëindigd worden. Doordat het mogelijk was een huwelijk om te zetten in een geregistreerd partnerschap, werd het ook voor gehuwden mogelijk om via deze omweg, zonder rechtelijke tussenkomst, te scheiden. Met de invoering van de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding is het dus niet meer mogelijk om zonder rechtelijke tussenkomst een einde te maken aan het geregistreerd partnerschap of het huwelijk, indien de echtgenoten c.q. partners minderjarige kinderen hebben. Zij zullen dus eerst rond de tafel moeten gaan zitten om afspraken te maken over hoe zij het ouderschap na de echtscheiding/beëindiging van het geregistreerd partnerschap zullen invullen en het door hen op te stellen ouderschapsplan dienen te overleggen aan de rechter bij het verzoek tot echtscheiding of beëindiging geregistreerd partnerschap.

Lilian Scheepens