Gelijkwaardigheid ouders is niet standaard 50-50

28 mei 2010

Bij omgangsregeling staat belang kind voorop.

De vader en de moeder hebben sinds 2004 een zoon. Begin 2007 is de samenwoning beëindigd. De zoon is bij de moeder gaan wonen. De rechtbank heeft bepaald dat dit de hoofdverblijfplaats van de zoon zou zijn. Er is ook een omgangsregeling vastgesteld. De vader is het er niet mee eens en procedeert, tot in hoogste instantie.

De Hoge Raad bepaalt dat de wet uitgaat van de gelijkwaardigheid van beide ouders. In beginsel moeten zorg- en opvoedingstaken daarom gelijk worden verdeeld (50-50). Stel dat de ouders daarover geen afspraken kunnen maken. Dan zal de rechter knopen moeten doorhakken. De rechter zal in dat geval bij zijn beslissing over de hoofdverblijfplaats en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken het belang van de zoon het zwaarst laten wegen. Als de rechter alles bij het oude wil laten omdat dat het beste is voor de zoon, bijvoorbeeld vanwege de reisafstand en de gebrekkige communicatie tussen de ouders, dan mag dat van de HR.

Meer weten over omgang van een advocaat familierecht in Tilburg?

 

Bron: HR 21 mei 2010 LJN BL7407