Omgangsrecht zaaddonor

Door: Lilian Scheepens - 17 september 2009

Onlangs heeft de Hoge Raad beslist over de vraag of een zaaddonor gerechtigd is tot omgang met zijn (uit kunstmatige inseminatie) geboren dochter. De rechtbank, alwaar het verzoek namens de man was ingediend in eerste instantie, had de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.

De feiten waren als volgt: partijen hadden een vriendschappelijke relatie (gehad). De vrouw had een relatie met een andere vrouw en had de man gevraagd of hij wilde fungeren als zaaddonor. Afgesproken werd dat de man een rol in het leven van het kind zou krijgen. Partijen hadden niet duidelijk gesproken over de invulling van die rol. Tijdens de zwangerschap bleken partijen daar verschillend over te denken. In 2000 werd een dochter geboren. Zes jaar later diende de man zijn verzoek tot omgang in. Het hof oordeelde in hoger beroep dat het enkele feit dat de man de biologische vader is, nog niet zonder meer meebrengt dat hij in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat. Zo'n band kan door bijkomende omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. Dat de vrouw de man bewust had gekozen als de vader voor haar kind kon in ieder geval worden aangemerkt als zo'n bijkomende omstandigheid. Het feit dat het contact tussen de ouders (op initiatief van de man) nog voor de geboorte is verbroken, neemt niet weg dat er toch een nauwe persoonlijke band tussen de man en de dochter kan bestaan. Mede gelet op de wens van de man om omgang met zijn dochter te hebben en het feit dat de man door de jaren heen telkens aan de moeder heeft laten weten dat hij graag omgang wilde, neemt het hof in haar beoordeling mee. Het hof achtte de man dus wél ontvankelijk in zijn verzoek. De Hoge Raad oordeelde in cassatie dat voor het aannemen van een nauwe persoonlijke betrekking niét vereist is dat het kind wordt geboren uit een tussen de moeder en de biologische vader bestaande relatie die in voldoende mate op één lijn valt te stellen met een huwelijk. Verder stelt ook de Hoge Raad geen strikte eisen aan de voor het aannemen van een nauwe persoonlijke betrekking vereiste bijkomende omstandigheden. De potentiële relatie tussen de biologische vader en zijn kind wordt beschermd.

Lilian Scheepens