Koude uitsluiting

Door: Lilian Scheepens - 1 oktober 2009

Onlangs deed de Rechtbank Leeuwarden een opmerkelijke uitspraak tussen twee scheidende echtelieden. Man en vrouw waren op huwelijkse voorwaarden gehuwd, inhoudende een koude uitsluiting. Desalniettemin oordeelde de rechtbank dat aan de vrouw een redelijk vergoedingsrecht toekwam en dat zij in dezelfde toestand diende te worden gebracht als waarin zij zou verkeren indien sprake was geweest van een gemeenschap van goederen. De feiten waren als volgt:

Tijdens het huwelijk had de vrouw een vermogen opgebouwd van ruim € 200.000,-. De man daarentegen had een vermogen opgebouwd van ruim € 8.000.000,-. Naar de letterlijke tekst van de huwelijkse voorwaarden bestond er geen verplichting tot verrekening bij echtscheiding. Ter zitting hadden partijen echter verklaard dat het niet de bedoeling was geweest van de koude uitsluiting om de man alleen te laten profiteren van de vermogensvermeerdering tijdens het huwelijk, die mede tot stand was gekomen door de inspanningen van de vrouw. De bedoeling was geweest om de echtelijke woning te vrijwaren voor uitwinning door mogelijke zakelijke schuldeisers. Onder de inspanningen van de vrouw werden tevens verstaan de zorg die zij had gehad voor de kinderen. Daardoor was de man in staat gesteld om zijn eenmanszaak tot een succesvol concern uit te bouwen. De rechtbank oordeelde dat ook al was er geen sprake van een gemeenschap van goederen, zulks niet betekende dat er geen sprake kon zijn van een afrekening als ware er sprake van een gemeenschap van goederen, nu een dergelijke afrekening geen goederenrechtelijke, maar een verbintenisrechtelijke werking toekomt, die ziet op de interne verhouding tussen partijen. Met andere woorden: de man hield zijn bedrijf, doch moest de vrouw wel een vergoeding betalen, waarvan de hoogte gerelateerd werd aan de toestand waarin zij zou verkeren als zij wel met de man in gemeenschap van goederen zou zijn gehuwd.

Lilian Scheepens