High-tech arbeidsrecht, deel 4: Zijn hightech ideeën van je werknemers goed beschermd?

Door: Joost Buur - 27 maart 2018

"It doesn't make sense to hire smart people and then tell them what to do; We hire smart people so they can tell us what to do."

Het is zonder meer één van de meest geciteerde uitspraken van Apple's mede-oprichter Steve Jobs. Het klinkt ook heel logisch: gemotiveerde, talentvolle werknemers zullen waarschijnlijk beter presteren in een (werk)omgeving waar ze de ruimte krijgen en de vrijheid hebben om zoveel mogelijk hun eigen koers te varen dan in een (werk)omgeving die strak omlijnd is met protocollen waar vooral niet van mag worden afgeweken.

Zeker in sectoren waar het niet om productie maar om innovatie gaat, moeten creatieve geesten gestimuleerd worden om vrijuit te denken en buiten de gebaande paden te gaan. Of het nou gaat om compleet nieuwe ideeën of het doorontwikkelen van bestaande concepten/producten, de vooruitgang is er niet bij gebaat als mensen zoals Thomas Edison of Elon Musk steeds te horen hadden gekregen dat ze vooral niet buiten de lijntjes moesten kleuren.

In de technische sector staat het denkwerk nooit stil. Van de vele duizenden uitvindingen die (alleen in Nederland) jaarlijks het licht zien en de ca. 2500 uitvindingen waar jaarlijks een octrooi voor wordt verleend[1], schopt uiteindelijk maar een handjevol het tot een product dat ook echt op de markt komt en succesvol blijkt.

Het is dus, alleen al vanuit het principe, verstandig om als werkgever goed geregeld te hebben bij wie de rechten op een uitvinding liggen. Als één van je werknemers net met die ene innovatieve en commercieel interessante vondst komt die de markt zal veroveren, wil je daar als werkgever wel de vruchten van plukken. Wat doe je als autofabrikant als het hoofd R&D na de succesvolle Proof of Concept-fase opstapt om de elektrische zelfrijdende auto in eigen beheer te gaan produceren? Of als je computerfabrikant bent en een techneut blijkt als ‘side-project' een 3D-printer te hebben ontwikkeld?

Nu zal het bij de meeste werkgevers met afdelingen die zich bezighouden met innovatie en R&D contractueel goed geregeld zijn, maar het is goed om te weten dat werkgevers door de wetgever al een handje geholpen zijn waar het gaat om uitvindingen ‘in de baas zijn tijd'. Op grond van de Auteurswet wordt namelijk als de maker van een werk aangemerkt ‘degene in wiens dienst het werk is vervaardigd'. Met andere woorden: de werkgever wordt van rechtswege eigenaar van de uitvinding van de werknemer.

De autofabrikant zal het hoofd R&D dus wel tegen kunnen houden. Voor de computerfabrikant zal dat toch een slag anders liggen, want artikel 7 van de Auteurswet wordt in de rechtspraak beperkt uitgelegd, zoals blijkt uit een uitspraak van de Voorzieningenrechter te Amsterdam[2]:

"(...) Ook kan er, anders dan Zoom.in heeft bepleit, niet zonder meer van worden uitgegaan dat de auteursrechten op de aan CN ter beschikking gestelde software liggen bij Zoom.in. In de eerste plaats zijn partijen het er niet over eens of [gedaagde sub 1] dan wel [naam 1] de software heeft ontworpen. Als dat [naam 1] was betekent dat niet automatisch dat de rechten aan Zoom.in toekomen. Weliswaar brengt artikel 7 Auteurswet mee dat als maker van een werk wordt aangemerkt degene in wiens dienst de werken zijn vervaardigd, maar dat is alleen het geval indien de arbeid van de desbetreffende werknemer bestaat uit het vervaardigen van die werken. Deze bepaling dient beperkt te worden uitgelegd, in die zin dat als de werknemer werken vervaardigt die nuttig kunnen zijn voor de werkgever, maar niet behoren tot zijn taakomschrijving, buiten het toepassingsgebied vallen van artikel 7. Nu CN kennelijk gebruik maakte van (door hetzij [naam 1] hetzij [gedaagde sub 1] ) ontworpen software die voor andere doeleinden was bestemd dan voor uitvoering van de contractuele verplichtingen van Zoom.in en buiten de scope van de reguliere werkzaamheden van [naam 1] en [gedaagde sub 1] viel, is die situatie hier mogelijk aan de orde. (...) "

Steve Jobs had dus zeker een goed punt, vanuit het perspectief dat stilstand achteruitgang is. Als je streeft naar vooruitgang moet je werknemers vooral de ruimte bieden. Maar, zorg er in je eigen belang dan wel voor dat je de vruchten van die vooruitgang goed beschermt met heldere, contractuele afspraken.

Bron.


[1] https://www.rvo.nl/sites/default/files/2018/03/Jaarcijfers_octrooiregistratie_en_verlening_Octrooicentrum_Nederland.pdf

[2] ECLI:NL:RBAMS:2016:1938

Neem voor meer informatie contact op met: