Voorwaarden voor stamrechtvrijstelling zijn strikt

Door: Marilet Hollants - 25 februari 2010

In ontslagsituaties wordt veel gebruikgemaakt van de zogenoemde stamrechtvrijstelling. In plaats van het direct als loon genieten van de ontslagvergoeding, wordt de ontslagvergoeding omgezet in een recht op periodieke uitkeringen van een speciaal daarvoor opgerichte ‘ stamrecht BV'. De Rechtbank Den Haag heeft uitspraak gedaan in een zaak waarin de stamrechtvrijstelling niet van toepassing was, omdat de ontslagvergoeding ter beschikking werd gesteld vóór de totstandkoming van de stamrechtovereenkomst.

De feiten
Werknemer D was in loondienst werkzaam bij BV's E en F. De arbeidsovereenkomsten zijn op 11 februari 2004 door tussenkomst van de rechter ontbonden. In verband daarmee is tussen partijen volgens een proces-verbaal ter terechtzitting op 25 maart 2004 overeengekomen, dat aan werknemer bij wijze van ontslagvergoeding een bedrag van € 55.000 aan ontslagvergoeding zou worden betaald.

De ontslagvergoeding is vervolgens conform afspraak gestort op de derdengeldenrekening van een notariskantoor. Op 4 mei 2004 heeft het notariskantoor van haar derdengeldenrekening € 55.000 overgeboekt naar de bankrekening van een opgerichte BV Z ten behoeve van de stamrechtconstructie, met als omschrijving "inzake stamrechtuitkering". Er hebben vervolgens vanuit die rekening van de stamrecht BV overboekingen plaatsgevonden naar de spaarrekeningen van D en zijn echtgenote, op 10 mei 2004 en 15 juni 2004.. D verklaart later dat die overboekingen leningen betroffen tussen hem en de BV om het geld op een betere (met meer rente) rekening te kunnen zetten. Op 24 juni 2004 is de stamrechtovereenkomst getekend.
Geschil

In geschil is of de naheffingsaanslag en de heffingsrente terecht en tot de juiste bedragen aan de stamrecht BV zijn opgelegd respectievelijk in rekening zijn gebracht, en met name is in geschil of de belastingdienst de ontslagvergoeding terecht tot het loon heeft gerekend en of de naheffingsaanslag aan de juiste (rechts)persoon is opgelegd. Ten slotte is in geschil of de vergrijpboete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Beoordeling van het geschil door de rechter
Naast de wettelijke standaardvoorwaarden voor toepassing van de stamrechtvrijstelling geldt dat daarvan alleen gebruik gemaakt kan worden indien de (ex-) werknemer, op het moment van toepassing van de vrijstelling, het bedrag van de ontslagvergoeding (nog) niet heeft genoten in de zin van artikel 13a van de Wet LB. Op grond van laatstgenoemd artikel wordt loon beschouwd te zijn genoten op het tijdstip waarop het betaald of verrekend wordt, ter beschikking van de werknemer wordt gesteld of rentedragend wordt, dan wel
vorderbaar en tevens inbaar wordt.
Gelet op de feiten, waaronder de stamrechtovereenkomst, is de rechtbank van oordeel dat D niet geslaagd is om het tegendeel te bewijzen. Vaststaat immers dat D op 10 mei 2004 en 15 juni 2004 over de ontslagvergoeding heeft beschikt doordat de ‘stamrecht BV' deze heeft overgeboekt op een bankrekeningen op naam van D en zijn echtgenote. Daarmee is het bedrag aan hem ter beschikking gesteld zodat het op die momenten is genoten in de zin van artikel 13a van de Wet op de loonbelasting 1964.
Het ingebrachte standpunt dat de stamrechtovereenkomst tussen de stamrecht BV en D reeds in 2003 mondeling tot stand is gekomen, neemt de rechtbank niet over. Immers, niet aannemelijk is gemaakt dat de wederzijdse prestaties die wezenlijk zijn voor een stamrechtovereenkomst al in 2003 voldoende bepaalbaar waren.
Nu naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk is dat de stamrechtovereenkomst niet eerder dan op 24 juni 2004 tot stand gekomen is, heeft D reeds vóór de totstandkoming van de stamrechtovereenkomst over de ontslagvergoeding beschikt. Dit brengt mee dat het beroep op de vrijstellingsregeling van de Wet op de loonbelasting 1964 faalt, aangezien van bedoelde vrijstelling slechts gebruik gemaakt kan worden indien de ontslagvergoeding nog niet is genoten in de zin van artikel 13a van de Wet op de loonbelasting 1964. De belastingdienst heeft het bedrag van de ontslagvergoeding terecht tot het loon gerekend.
De rechtbank is van oordeel dat de naheffingsaanslag dan ook terecht is opgelegd aan de stamrecht BV omdat deze ten onrechte geen belasting/premie heeft ingehouden.

Tenslotte overweegt de Rechtbank dat de opgelegde boete eveneens gerechtvaardigd is. Deze wordt alleen gematigd omdat de boete niet binnen een redelijke termijn was opgelegd.

Meer weten hierover van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

Bron: Rechtbank Den Haag 2 juni 2009, LJN:BI8929