Wanneer start de bedenktermijn?

2 maart 2016

Uit elkaar met een vaststellingsovereenkomst
Een werknemer en werkgever kunnen op verschillende manieren uit elkaar. De werknemer kan zijn arbeidsovereenkomst opzeggen, maar ook de werkgever kan de arbeidsovereenkomst beëindigen als de werknemer daarmee instemt, het UWV daarvoor toestemming geeft of als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt. Werknemer en werkgever kunnen ook samen overeenkomen dat de arbeidsovereenkomst tot een einde zal komen. De overeenkomst eindigt in dat geval met wederzijds goedvinden. Afspraken omtrent het einde van de arbeidsovereenkomst, zoals een beëindigingsvergoeding, datum van einde en andere afspraken, kunnen in een beëindigings- of vaststellingsovereenkomst vastgelegd worden.

Bedenktermijn en misbruik van recht
Als beide partijen de arbeidsovereenkomst ondertekenen, betekent dat niet meteen dat er een definitief einde aan de arbeidsovereenkomst is gekomen. De werknemer heeft het recht om gedurende 14 dagen terug te komen op de gesloten overeenkomst.

Deze bedenktermijn heeft in de literatuur voor wat ophef gezorgd. Een werknemer kan deze bedenktermijn namelijk inroepen zonder enige opgaaf van redenen daarvoor. Dit kan nogal zuur zijn als werkgever en werknemer wekenlang hebben onderhandeld over het einde van de arbeidsovereenkomst, met bijstand van een advocaat. De inroeping van de bedenktermijn
levert vooralsnog geen misbruik van recht op, ook niet als er een uitvoerige onderhandeling aan vooraf is gegaan.

Start 14 dagen-termijn
De vraag is echter wanneer de periode van 14 dagen waarin de werknemer zich op de bedenktermijn kan beroepen begint te lopen. In een recente uitspraak heeft de kantonrechter te Rotterdam geoordeeld dat de bedenktermijn begint te lopen op het moment dat de vaststellingsovereenkomst door beide partijen is ondertekend.

In de situatie die de kantonrechter moest beoordelen werd op 21 september 2015 overeenstemming bereikt over de afspraken neergelegd in de vaststellingsovereenkomst. De werknemer ondertekende de overeenkomst echter pas op 28 september 2015. Toen de werknemer zich op 9 oktober 2015 op de bedenktermijn beriep, stelde de werkgever zich op het standpunt dat dit niet meer mogelijk was. Volgens hem was de bedenktermijn op 21 september gaan lopen en derhalve op 5 oktober 2015 verstreken.

De kantonrechter merkte het moment van ondertekening als beslissend aan, waardoor de werknemer een geslaagd beroep op de bedenktermijn kon doen. Toen echter op 3 november een nieuwe vaststellingsovereenkomst tot stand kwam, was daarop geen bedenktermijn meer van toepassing. De wet regelt namelijk dat de werknemer daar maar eens in de zes maanden een beroep op kan doen. Dat is ook begrijpelijk, want anders zou de werknemer zich meerdere malen op de bedenktermijn kunnen beroepen en zo telkens betere voorwaarden kunnen afdwingen. Dat zou namelijk wel sterk lijken op misbruik van het herroepingsrecht.

Conclusie
Met de uitspraak van de kantonrechter te Rotterdam is duidelijk geworden dat het moment van tekenen beslissend is voor het starten van de bedenktermijn. Om problemen te voorkomen is het verstandig om op de dag van overeenstemming ook gelijk de vaststellingsovereenkomst te ondertekenen. In dat geval kan er geen discussie over bestaan.
Wees er ook op bedacht dat de bedenktermijn expliciet in de vaststellingsovereenkomst genoemd moet worden! Als dat niet het geval is, bedraagt de bedenktermijn namelijk 21 dagen.

Meer weten over de bedenktermijn van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg? 

Bron: Kantonrechter Rotterdam 10 februari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:996.

Neem voor meer informatie contact op met: