Eerste uitspraak WWZ in hoger beroep

21 januari 2016

Sinds de invoering van de WWZ is het mogelijk om tegen de uitspraak van een kantonrechter in hoger beroep te gaan bij het gerechtshof. Het gerechtshof toetst de gehele situatie opnieuw en bekijkt dan of de kantonrechter het in zijn oordeel bij het rechte eind had. Zowel de werkgever als de werknemer kan het hoger beroep instellen als ze het niet eens zijn met de kantonrechter, zolang ze dit binnen drie maanden na de uitspraak van de kantonrechter doen. Hetzelfde geldt overigens bij de beslissing van het UWV, ook daartegen kan men in beroep bij de kantonrechter, in hoger beroep bij het hof en in cassatie bij de Hoge Raad.  

Afgelopen dinsdag kwam de eerste uitspraak in hoger beroep online. Het gerechtshof te Den Haag was het eerste hof dat zich over een ontbinding van een arbeidsovereenkomst onder de WWZ mocht buigen. Aan een inhoudelijke toets is het Hof Den Haag echter niet toegekomen. Partijen maakten onderling afspraken over het einde aan de arbeidsovereenkomst en schikten de zaak.

Conclusie
Met de invoering van de WWZ is het mogelijk geworden om op te komen tegen uitspraken waar partijen het mee oneens zijn. De partij die hoger beroep wil instellen, moet dit binnen drie maanden na de uitspraak van de kantonrechter doen. Een goede zaak, maar het zorgt wel voor langere onzekerheid. Waar partijen onder het oude recht na een paar maanden al wisten waar ze aan toe waren, kan het nu jaren duren voordat partijen zeker weten of een arbeidsovereenkomst is geëindigd.

Wilt u meer weten over de WWZ of de mogelijkheid tot hoger beroep? Ook daarbij helpen wij u graag, neem contact op met één van onze arbeidsrecht advocaten. 

Bron: Gerechtshof Den Haag 19 januari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:47.

Neem voor meer informatie contact op met: