Transitievergoeding ondanks ernstige verwijtbaarheid

11 december 2015

In beginsel heeft iedere werknemer recht op een transitievergoeding als zijn arbeidsovereenkomst wordt ontbonden of opgezegd en deze langer dan 24 maanden heeft geduurd. Dit is echter anders als er sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer. Hierop is wel een uitzondering gemaakt door de wetgever. Ondanks ernstige verwijtbaarheid kan de werknemer toch recht hebben op een transitievergoeding als niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Deze maatstaf is vrij onduidelijk en dus is het een kwestie van afwachten hoe de rechters hiermee omgaan. Onlangs oordeelde de Tilburgse kantonrechter hierover.

Wat speelde er?
Een leraar was al 10 jaar in dienst bij een middelbare school. Op een gegeven moment dienden de ouders van één van zijn leerlingen een klacht over hem in. De leraar zou veelvuldig en langdurig contact hebben met de leerlinge via social media. Dit contact ging over veel meer dan enkel schoolse aangelegenheden. Ook zou de leraar zich jegens deze leerling negatief over zijn collega hebben uitgelaten en zou hij aan de leerlinge antwoorden van een toets verstrekt hebben. De school vond dit reden genoeg om de leraar aan de tand te voelen. Na meerdere gesprekken en een onderzoek bleek dat de leraar zich aan alle drie de klachten schuldig had gemaakt. De school wilde daarom de arbeidsovereenkomst met de leraar ontbinden en wendde zich tot de rechter.

Een einde aan de arbeidsovereenkomst
De school vroeg de rechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden vanwege verwijtbaar handelen van de leraar.
Allereerst rekende de school het de leraar zwaar aan dat hij de antwoorden van een toets aan de leerlinge had verstrekt. Het betrof de antwoorden van een toets in de laatste toetsweek van de burgklas. De leerlinge stond er slecht voor en de leraar had ervoor willen zorgen dat de leerlinge wel overging naar de tweede klas. Hij speelde de leerlinge daarom de antwoorden toe en vroeg haar daarover niets te zeggen. De school merkte dit aan als ‘een doodzonde in onderwijsland’. Ook was duidelijk dat de leraar erg veel contact had met de leerlinge via social media. Dit contact ging volgens de school beduidend verder dan de gebruikelijke contacten tussen leerling en leraar, het ging immers ook om niet-schoolse aangelegenheden. De leraar had zich tegen de leerlinge ook negatief uitgelaten over een collega (“irritante ouwe tang en pokkewijf ”) wat de school in diskrediet bracht. Deze feiten tezamen en apart waren aan te merken als ernstig verwijtbaar handelen van de leraar.

Oordeel van de rechter
Het verstrekken van de antwoorden vond de rechter compleet ontoelaatbaar. Dit handelen raakte de kern van zijn docentschap, namelijk de integriteit, betrouwbaarheid en geloofwaardigheid. De rechter rekende het de leraar bovendien aan dat hij de leerlinge onder druk had gezet om niemand te vertellen over het voorval. Gezien de afhankelijkheidsrelatie tussen een leerlinge en docent vond de rechter dit onaanvaardbaar. De rechter merkte dit handelen van de leraar aan als verwijtbaar handelen en ontbond de arbeidsovereenkomst.

Toch een transitievergoeding
Daarna moest de rechter oordelen of er ook sprake was van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de leraar. De rechter moest hierna kijken, omdat de leraar zich op het standpunt had gesteld dat hij recht had op een transitievergoeding ad € 9.896,-.

Het verstrekken van de antwoorden van de toets werd door de rechter ernstig verwijtbaar bevonden. Het andere handelen van de leraar was wel verwijtbaar, maar niet ernstig verwijtbaar. De kantonrechter meende echter dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was om aan de werknemer geen transitievergoeding toe te kennen. De rechter zocht hierbij aansluiting bij de redenering van de minister. Volgens de rechter ging het hier om een “een relatief kleine misstap na een heel lang dienstverband”. De rechter vond dat het niet toekennen van de transitievergoeding de (grote) misstap van de leraar te veel bestrafte. Derhalve kende de rechter alsnog een transitievergoeding toe.

Conclusie
Deze uitspraak is op z’n minst opmerkelijk te noemen. De woorden van de minister waren immers een ‘relatief kleine misstap na een heel lang dienstverband’. Het ging hierbij echter om een grote misstap na een dienstverband van 10 jaar. Een dienstverband van 10 jaar is relatief lang, maar niet heel lang. De kantonrechter heeft de woorden van de minister erg ruim genomen en alsnog een transitievergoeding toegekend. Het is afwachten of de andere rechters de Tilburgse kantonrechter volgen of de woorden van de minister toch een stuk strikter interpreteren.

Meer weten hierover van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 november 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:7552.

Neem voor meer informatie contact op met: