Het slapend dienstverband

4 december 2015

Onlangs was de kantonrechter te Leiden de eerste rechter die oordeelde over het in stand laten van een arbeidsovereenkomst met een werknemer die langer dan 104 arbeidsongeschikt was. Deze kantonrechter meende dat het ‘slapend houden’ van het dienstverband een truc was om de transitievergoeding te omzeilen en strafte deze constructie af.

Dinsdag oordeelde de kantonrechter te Almere echter anders. Een werknemer richtte zich tot de kantonrechter met de vraag zijn arbeidsovereenkomst te ontbinden. De arbeidsovereenkomst werd volgens de werknemer slapend gehouden door zijn werkgever – het Leger des Heils – en daarmee handelde het Leger des Heils ernstig verwijtbaar. De werknemer wilde zowel een transitievergoeding als een billijke vergoeding voor het handelen van de werkgever.

De kantonrechter meende dat het slapend houden van het dienstverband wellicht als onzorgvuldig aangemerkt kon worden, maar zeker niet als ernstig verwijtbaar. Doordat de werknemer zelf om ontbinding van de arbeidsovereenkomst vroeg, was de transitievergoeding niet per definitie verschuldigd. Voor het toekennen van de transitievergoeding is bij een verzoek tot ontbinding door de werknemer vereist dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Dezelfde eis geldt bij het toekennen van de billijke vergoeding. Nu de kantonrechter meende dat het Leger des Heils niet ernstig verwijtbaar had gehandeld, kende de kantonrechter geen enkele vergoeding toe aan de werknemer. Wel ging deze rechter over tot het daadwerkelijk ontbinden van de arbeidsovereenkomst.

De uitspraak van afgelopen dinsdag staat haaks op de eerdere uitspraak van de kantonrechter te Leiden. We zullen dus moeten afwachten hoe het slapend dienstverband zich in de verdere rechtspraak zal ontwikkelen.

Bron: Rechtbank Midden-Nederland 2 december 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:8495.

Neem voor meer informatie contact op met: