De Asscher-escape in de praktijk

2 december 2015

Zoals gezegd is het ontslag van een werknemer niet bepaald gemakkelijker geworden door de invoering van de WWZ. De arbeidsovereenkomst zal immers enkel ontbonden kunnen worden als wordt voldaan aan één van de ontslaggronden genoemd in de wet. Deze opsomming is limitatief en de eisen aan de verschillende gronden zijn streng. Enkel wanneer aan álle vereisten van de ontslaggrond voldaan wordt, kan worden overgegaan tot ontbinding. De werkgever moet zogezegd het gehele glaasje vullen.

De Asscher-escape
Minister Asscher heeft één uitzondering op dit strikte ontslagstelsel, de zogenaamde Asscher-escape. Deze situatie doet zich voor als de werkgever de arbeidsovereenkomst wil ontbinden, maar eigenlijk geen vol glas heeft. Doordat de werkgever dan toch probeert de arbeidsovereenkomst te ontbinden, ontstaat een verstoorde arbeidsverhouding. Het glas wordt dan dus gevuld door de arbeidsovereenkomst te ontbinden zonder echte grond tot ontbinding. De rechter kan dan overgaan tot ontbinding, maar wel met toekenning van een billijke vergoeding aan de werknemer. De verstoorde arbeidsverhouding is dan namelijk aan de werkgever te wijten.
Een dergelijke situatie deed zich voor in een zaak die onlangs aan de kantonrechter te Amsterdam. Dit was de eerste kantonrechter die de Asscher-escape toepaste. Wat speelde er in deze zaak?

Rechtbank Amsterdam 6 oktober 2015
Werkneemster was 2002 in dienst bij een tandartsenpraktijk en aldaar verantwoordelijk voor het personeelsbeleid. Eind december 2014 bleek de tandartsenpraktijk er financieel erg slecht voor te staan, waardoor maatregelen vereist waren. De tandartsenpraktijk stelde voor de lonen met 20 – 25% te verlagen. De werkneemster ging hiermee niet akkoord. Op 12 maart 2015 vond – voor het eerst in het gehele dienstverband – een functioneringsgesprek plaats. In dit gesprek werd aangegeven dat werkneemster verantwoordelijk werd gehouden voor het slechte loonbeleid dat in de tandartsenpraktijk was gevoerd. De werkneemster was het hiermee oneens en de situatie escaleerde. De werkneemster gaf later schriftelijk nogmaals aan niet verantwoordelijk te zijn voor het loonbeleid, nu de lonen altijd in overleg met de partners werden vastgesteld, maar zij toonde zich wel bereid de situatie te herstellen. De werkgever zag daar geen heil meer in en stelde zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst ontbonden moest worden. De werkgever wendde zich naar de rechter met een verzoek tot ontbinding op grond van een verstoorde arbeidsrelatie (de g-grond).

Oordeel rechter
De rechter oordeelde dat geen sprake was van een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. De situatie was eigenlijk pas sinds korte tijd verslechterd en daarvoor had de werkneemster altijd goed gefunctioneerd. Desondanks oordeelde de rechter dat de arbeidsovereenkomst toch ontbonden moest worden. De situatie was namelijk – mede gelet op de beperkte grootte van het bedrijf – onwerkbaar geworden. De verstoring in de arbeidsverhouding was aan de werkgever te wijten en de werkgever had daarmee ernstig verwijtbaar gehandeld. De rechter bepaalde daarom tevens dat de werknemer recht had op een billijke vergoeding ad € 8.000,-, bovenop de transitievergoeding van € 20.060,-.

Conclusie
De kantonrechter te Amsterdam was, zoals gezegd, de eerste kantonrechter die de Asscher-escape toepaste. Aan de wettelijke vereisten van de g-grond was niet voldaan, waardoor de kantonrechter in principe niet tot ontbinding kon overgaan. Door middel van de Asscher-escape kon toch ontbonden worden, zij het met toekenning van een billijke vergoeding.

 

Het zal afwachten zijn hoe de Asscher-escape zich in de praktijk verder ontwikkelt en hoe de rechters deze zullen toepassen. Het uitgangspunt zal blijven dat voor ontbinding het gehele glas gevuld moet worden. De werkgever zal in beginsel enkel met een goed en compleet dossier zich kunnen wenden tot de rechter voor ontbinding. 

Bron: Rechtbank 6 oktober 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:7278.

Neem voor meer informatie contact op met: