Arbeidsovereenkomst verlengen om de motiveringsplicht van het concurrentiebeding te passeren?

15 oktober 2015

Onlangs werd uiteengezet dat het sinds 1 januari 2015 een stuk lastiger is om in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een concurrentiebeding op te nemen. In deze contracten mag alleen nog maar een concurrentiebeding opgenomen worden als de werkgever kan aantonen dat dit noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen. Deze regeling legt de werkgever een behoorlijke motiveringsplicht op. Maar hoe zit het dan bij een overeenkomst voor bepaalde tijd die vóór 1 januari 2015 werd gesloten en een concurrentiebeding bevat, en wordt verlengd ná 1 januari 2015. Toen de overeenkomst gesloten werd, was het concurrentiebeding in tijdelijke contracten nog niet aan banden gelegd. Op het moment dat de arbeidsovereenkomst verlengd werd, was het niet meer toegestaan concurrentiebedingen zonder deugdelijke motivering op te nemen in een contract voor bepaalde tijd. Is op het moment van verlenging het concurrentiebeding dan komen te vervallen of is hier nog een soortement sluiproute mogelijk? Hierover oordeelde de kantonrechter te Enschede onlangs.

Feiten
Werkneemster X trad op 1 april 2014 in dienst bij Premo Products & Schrijfwaren BV. Bij indiensttreding werd een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar gesloten. In deze arbeidsovereenkomst werd een relatie- en concurrentiebeding opgenomen. Deze bedingen brachten mee dat de werkneemster na afloop van het dienstverband niet zomaar in dienst mocht treden bij een concurrent. Als deze concurrent buiten een straal van 50 kilometer gevestigd was, mocht de werkneemster gewoon daar gaan werken. Was deze concurrent binnen een straal van 50 kilometer van Premo gevestigd was, had de werknemer toestemming nodig om daar te gaan werken. Als deze toestemming niet verleend of gevraagd werd en de werknemer wel ging werken voor een concurrent binnen 50 kilometer van Premo, leverde dit een overtreding van het concurrentiebeding op. Het concurrentiebeding was overeengekomen voor de duur van één jaar na afloop van de arbeidsovereenkomst. Het concurrentiebeding stelde op de overtreding ervan een boete van €1.000,- per overtreding en nog eens €500,- per dag dat de werkneemster in overtreding bleef.
Op 27 februari werd overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst werd verlengd tot 31 december 2015, onder dezelfde voorwaarden als de eerste arbeidsovereenkomst gesloten was.
Op 29 juni zegde werkneemster X de arbeidsovereenkomst op per 1 augustus. Per 1 augustus trad zij vervolgens in dienst van Button Boss Group, een grote concurrent van Premo. Premo ging hier niet mee akkoord en wilde de werkneemster aan het eerder gesloten concurrentiebeding houden, Premo wilde daarom dat de werkneemster de boetes voor de overtreding van het concurrentiebeding zou voldoen.

Werkneemster X meende dat zij niet aan het concurrentiebeding gehouden kon worden. X stelde hiertoe dat het concurrentiebeding alleen gold tijdens de eerste arbeidsovereenkomst. Bij het tekenen van de tweede arbeidsovereenkomst werd niet meer gesproken over de aanwezigheid van een concurrentiebeding in de overeenkomst. Ook stelde de werknemer dat het concurrentiebeding in het tweede contract sowieso niet meer geldig was. Op dat moment was immers de nieuwe wetgeving al van toepassing, waardoor concurrentiebedingen in tijdelijke contracten slechts nog toegestaan waren onder zeer strenge motivering. Nu aan die voorwaarde niet was voldaan, achtte werknemer X het concurrentiebeding in het tweede contract niet geldig. Indien de rechter niet mee zou gaan in dit verweer, stelde de werkneemster nog dat het concurrentiebeding onredelijk bezwarend was voor de werkneemster.

Oordeel rechter
De kantonrechter oordeelde dat ten tijde van het sluiten van de tweede arbeidsovereenkomst het nieuwe recht al van toepassing was. Toen de werkneemster en Premo overleg voerden over de verlenging van de arbeidsovereenkomst, werd daadwerkelijk een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten. Hierbij moest rekening gehouden worden met het recht zoals dat toen gold. Dit bracht mee dat het concurrentiebeding beter gemotiveerd moest worden, zoals de wet dat op dat moment reeds vereiste. Het concurrentiebeding zoals dat in eerste instantie bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst was overeengekomen, was bij het sluiten van de tweede overeenkomst dus niet meer geldig. De kantonrechter hield de werkneemster echter nog steeds aan het concurrentiebeding. Het concurrentiebeding kende immers een duur van één jaar, welke pas één jaar na het verstrijken van de eerste arbeidsovereenkomst (1 april 2015), zou verlopen. Dit hield in dat tot 1 april 2016 de werknemer alsnog gebonden was aan het concurrentiebeding, omdat dit in eerste instantie wel geldig overeengekomen was.

Conclusie
Wanneer een arbeidsovereenkomst verlengd wordt, moet deze verlengd worden naar het recht zoals dat op het moment van de verlenging geldt. Het simpelweg verlengen van een arbeidsovereenkomst en dus ook alle rechten en plichten daaruit, brengt niet mee dat deze rechten hun werking behouden. Het verlengen van een eerder gesloten arbeidsovereenkomst met een concurrentiebeding, biedt dus geen sluiproute om onder de zware motiveringsplicht van de WWZ uit te komen. Pas hier dus mee op!

Meer weten van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

 

Bron: Rechtbank Overijssel 15 september 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:4400

Neem voor meer informatie contact op met: