Werkgever trekt onterecht zieke werknemer in twijfel

12 maart 2015

De werknemer was sinds 2004 in dienst bij De Toekomst Schilderwerken B.V. (hierna: de Toekomst). Hij werkte hier als all-round schilder. Op 30 september 2014 kreeg de werknemer een officiële waarschuwing van zijn werkgever vanwege ongeoorloofd telefoongebruik. De werknemer kon zich in deze officiële waarschuwing niet vinden en diende daarom bezwaar in. Naar aanleiding hiervan vond op 13 oktober 2014 een gesprek plaats tussen werknemer en werkgever. De werkgever gaf tijdens dit gesprek aan dat er kritiek bestaat op de werkhouding van de werknemer. De werkgever raadde de werknemer bovendien aan om ander werk te gaan zoeken. Op 14 oktober 2014 heeft de werknemer zich ziek gemeld. De werkgever heeft echter aangegeven niet akkoord te gaan met de ziekmelding. De Toekomst zou het loon niet doorbetalen, nu er geen sprake was van ziekte maar van onbetaald verlof. De werknemer heeft hierop de bedrijfsarts van De Toekomst bezocht. De bedrijfsarts gaf in zijn oordeel inderdaad aan dat de werknemer op dat moment niet in staat was zijn werkzaamheden te verrichten. Ondanks dit oordeel gaf De Toekomst bij het standpunt te blijven, de werkgever meende dus nog steeds dat de werknemer niet ziek was. FNV Bouw, waarbij de werknemer aangesloten was, heeft vervolgens een brief gestuurd aan de werkgever. Middels deze brief werd gevraagd het achterstallige loon te betalen aan de werknemer. Op dezelfde dag had de werknemer de bedrijfsarts moeten bezoeken voor een vervolgafspraak, maar hier is hij niet komen opdagen. Na deze brief bleef het een tijdje stil, totdat de werkgever op 13 november 2014 weer een brief stuurde. In deze brief gaf de werkgever aan dat hij ervan uitging dat de arbeidsovereenkomst was beëindigd door de werknemer.

De werknemer heeft zich vervolgens tot de rechter gewend om het loon alsnog terug te krijgen. De werknemer meende immers recht te hebben op doorbetaling van zijn loon in geval van ziekte.

De werkgever wilde het loon niet doorbetalen, nu de werknemer volgens hem op 17 oktober, in een telefoongesprek, zich weer had beter gemeld. Bovendien meende de werkgever dat de werknemer een second opinion bij een deskundige arts van het UWV.

De kantonrechter oordeelde als volgt. De werknemer hoefde helemaal geen second opinion te vragen bij het UWV. De eigen bedrijfsarts had immers al geoordeeld dat de werknemer niet in staat was tot werken. Nu het de werkgever was die het oordeel van de eigen bedrijfsarts in twijfel trok, was het ook aan de werkgever om met een medische onderbouwing van deze twijfel te komen. Ook vond de kantonrechter het niet aannemelijk dat de werknemer zich op 17 oktober beter had gemeld. Dat de werkgever de werknemer niet ziek achtte, vond de rechter onbelangrijk. De werkgever had immers geen enkele medische status. Het feit dat de werknemer niet op de vervolgafspraak met de bedrijfsarts was verschenen, vond de rechter nog geen reden om te stoppen met de uitbetaling van het loon.

De rechter was dan ook van mening dat de werkgever het loon had moeten doorbetalen.

Als de werkgever aan het oordeel van de eigen bedrijfsarts twijfelt, bestaat er wel de mogelijkheid tot het vragen van een second opinion. De werkgever is echter wel zelf verantwoordelijk voor het aanvragen voor deze second opinion, dit is niet de verantwoordelijkheid van de werknemer. De werknemer is ook niet verplicht om mee te werken aan dit onderzoek door de tweede arts.

Meer weten hierover van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg? 

Neem voor meer informatie contact op met: