Schorsing OR-lid, kan dat?

6 maart 2015

Eerder werd al besproken dat een lid van de ondernemingsraad (OR) veel bescherming geniet wanneer het gaat om een ontslag. Hetzelfde geldt voor de schorsing van een OR-lid. De wet biedt wel een basis voor de schorsing van een OR-lid, maar je moet het als OR-lid erg bont hebben gemaakt om daadwerkelijk geschorst te worden. Schorsing is mogelijk als  de werkzaamheden en het overleg van de OR ernstig worden belemmerd door de opstelling of het handelen van één van de OR-leden. Dit kan bijvoorbeeld als samenwerking tussen de OR-leden niet meer mogelijk is vanwege een vertrouwensgebrek.  

In de volgende procedure verzocht de OR van de Gemeente Eindhoven zelf om schorsing van één van de OR-leden wegens ernstige belemmering van de werkzaamheden van de OR. Ter onderbouwing van het verzoek tot schorsing werden de volgende feiten en omstandigheden aangevoerd:

- Het betreffende OR-lid handelde veelvuldig op basis van geruchten, wat meebracht dat de OR zijn geloofwaardigheid verloor. Het OR-lid wilde de geruchten die hij verspreidde niet onderbouwen, wat het nog lastiger maakte voor de OR.

- Het OR-lid hield zich niet aan gemaakte afspraken en trok het handelen van de OR als geheel in twijfel. Hij hield zich ook niet aan de toepasselijke Gedragscode.

- Het OR-lid was erg actief en had derhalve verschillende petten op. In deze verschillende rollen liet hij zich kritisch uit over de OR en aangelegenheden die de OR aangingen. Dit was schadelijk voor het imago van de OR.

- Het OR-lid had zijn geheimhoudingsplicht geschonden door uit hoofde van een van zijn andere petten (namelijk vakbondslid bij CNV) mee te werken aan een brief.

- Bovendien toonde het OR-lid geen enkel zelfinzicht en was hij niet bereid mee te werken aan een oplossing.

De voorgaande feiten en omstandigheden brachten mee dat de OR meende dat een samenwerking onmogelijk was geworden. De OR zegde als gevolg hiervan unaniem het vertrouwen in het OR-lid op.

Het betreffende OR-lid kon zich helemaal niet vinden in de kritiekpunten. Hij vond dat hij werd afgerekend op zijn kritische en proactieve houding, iets wat juist positief zou moeten zijn. Dat hij handelde op geruchten was te verklaren door het feit dat hij niet graag namen wilde noemen. Bovendien vond hij dat hij zijn geheimhoudingsplicht niet had geschonden, zijn bijdrage aan de brief van de CNV was zeer beperkt.

De kantonrechter gaf allereerst aan dat een OR een publieke taak heeft. Om een OR-lid te schorsen, moet er sprake zijn van ernstige belemmeringen. Het zijn van een kritisch OR-lid is echt onvoldoende om over te gaan tot schorsing.

Volgens de kantonrechter stond echter voldoende vast dat de samenwerking in de OR ernstig verstoord was. Het handelen van het OR-lid belemmerde het functioneren van de OR. De samenwerking binnen de OR en de geloofwaardigheid van de OR hadden ernstig te lijden onder het handelen van het betreffende OR-lid.
Het feit dat het OR-lid zich als persoon niet altijd kan vinden in standpunten van de OR neemt niet weg dat hij deze standpunten in het openbaar dient te bevestigen, dit ten gunste van de geloofwaardigheid van de OR. Kritisch zijn mag uiteraard, maar het publiekelijk afvallen van de OR tast de samenwerking aan.

De kantonrechter vond het voldoende duidelijk dat het functioneren van de OR ernstig werd belemmerd door het handelen van het OR-lid. Het unaniem opzeggen van het vertrouwen was gegrond volgens de kantonrechter. Het OR-lid had ook niet voldoende duidelijk gemaakt dat er nog een vruchtbare samenwerking mogelijk was. Hij had in ieder geval geen blijk gegeven van welwillendheid. De rechter schorste het betreffende OR-lid daarom voor de rest van de zittingsperiode.

Het schorsen van een OR-lid gebeurt zelden en is aan strenge eisen gebonden, maar als het functioneren van de OR daadwerkelijk ernstig belemmerd wordt, is het een uiterste optie die bestaat. Voordat een OR-lid daadwerkelijk geschorst kan worden, dient echter een procedure doorlopen te worden. Zo moet getracht worden het probleem op te lossen met behulp van mediation. Mocht de gehele procedure geen oplossing hebben geboden, is het verzoek tot schorsing bij de kantonrechter een zogenaamd ultimum remedium wat toegepast kan worden.

Meer weten hierover van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

 

Bron: Rechtbank Oost-Brabant 29 januari 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:427

Neem voor meer informatie contact op met: