Transitievergoeding WWZ

27 februari 2015

Vanaf 1 juli 2015 treedt het tweede gedeelte van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in werking (vind hier meer informatie over het eerste gedeelte). Een onderdeel van de WWZ wat dan ook in werking treedt, is de transitievergoeding. De transitievergoeding vervangt de huidige ontslagvergoeding, maar er zijn verschillen. De transitievergoeding is verschuldigd aan iedere werknemer die ná 1 juli 2015 ontslagen wordt, ontslag neemt of van wie het contract niet wordt verlengd. Vereist is dat de werknemer langer dan 24 maanden heeft gewerkt bij de huidige werkgever. Mocht het gaan om tijdelijke contracten is het vereist dat de tussenpozen tussen de contracten in maximaal 6 maanden waren. Om te bepalen hoe hoog de verschuldigde transitievergoeding is, wordt rekening gehouden met het arbeidsverleden voor 1 juli 2015. De regeling kent dus terugwerkende kracht.
Gezien het feit dat de regeling onmiddellijk in werking treedt en het feit dat als maximale tussenpoos minder dan zes maanden wordt gehanteerd, zijn er bezwaren op de regeling geuit. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft hier op gereageerd middels een brief.

Het eerste bezwaar luidde dat de werkgevers zich niet goed hebben kunnen voorbereiden op de transitievergoeding doordat deze per 1 juli 2015 onmiddellijk in werking treedt. Minister Asscher stelt daarom de maatregel voor dat de werkgever (nog) geen transitievergoeding verschuldigd is als de hij aan de werknemer de garantie kan bieden dat hij binnen zes maanden weer aan het werk kan. Hierdoor hoeft de werkgever dus niet meteen te betalen. Mocht de werknemer uiteindelijk niet aan het werk kunnen, dan moet de werkgever alsnog de transitievergoeding betalen.

Het tweede bezwaar richt zich met name op de terugwerkende kracht en het effect dat dit heeft op de seizoenarbeiders en hun werkgevers. Seizoenarbeiders werden namelijk vaak in dienst genomen met een tussenpoos van meer dan drie maanden, daardoor hadden zijn, met de oude ketenregeling, geen recht op een vast contract. Doordat de regeling met betrekking tot de transitievergoeding uitgaat van een periode van zes maanden, is het mogelijk dat deze werknemers wel recht hebben op een transitievergoeding. Hierdoor kunnen de kosten voor de werkgevers flink oplopen. Minister Asscher stelt daarom voor om een overgangsregeling in te voeren. Door de overgangsregeling gaat alleen het arbeidsverleden na 1 juli 2012 tellen voor de transitievergoeding. Hierdoor worden de werknemers ook beschermd, want anders bestaat het risico dat ze niet meer worden aangenomen vanwege de transitievergoeding.

Meer weten hierover van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

 

Bron: Aanbieding 2e Nota van wijziging Wetsvoorstel aanpak schijnconstructies in verband met transitievergoeding WWZ

Neem voor meer informatie contact op met: