Leiden gedragingen in de privésfeer tot een strafontslag van een ambtenaar?

22 december 2014

Onlangs bleek dat zelfs een poging tot moord geen ontslag op staande voet rechtvaardigde. Deze poging tot moord vond namelijk plaats in de privésfeer van de werknemer en had geen invloed op het functioneren en de werkzaamheden van de betreffende werknemer. Uit deze uitspraak van de Centrale Raad van Beroep blijkt echter dat het anders ligt voor ambtenaren. 

De werknemer was in dienst van de gemeente als archiefmedewerker. Begin 2011 ontsloeg de gemeente hem in eerste instantie wegens ernstig plichtsverzuim. Dit ontslag is een disciplinaire straf en is vergelijkbaar met het ontslag op staande voet. Het is een zogenaamd strafontslag, de zwaarste vorm van ontslag die er voor ambtenaren bestaat. Mocht dat ontslag niet slagen, wilde de gemeente hem ontslaan vanwege een ernstig verstoorde arbeids- en vertrouwensrelatie.

Het plichtsverzuim bestond uit gedragingen jegens de partner van de werknemer. Het ging hierbij om vier gedragingen, verspreid over enkele jaren:

  • Vijf klappen met de vlakke hand in het gezicht van de partner
  • Bedreiging van partner met een mes en hakbijl
  • Poging tot het wurgen van zijn partner
  • Klap in het gezicht van de ex-partner, na echtscheiding

 

De rechter oordeelde dat dit niet als plichtsverzuim was aan te merken, doordat de gedragingen in de privésfeer plaatsvonden. Gezien de functie van de werknemer, namelijk archiefmedewerker, leverde dit geen schade op voor het aanzien en de geloofwaardigheid van de gemeente. Dit is uiteraard anders als het gaat om de burgemeester of een wethouder. Ook meende de rechter dat de gedragingen geen invloed hadden op het functioneren van de werknemer. Een disciplinaire straf kon dus volgens de rechtbank niet opgelegd worden, al kon de werknemer wel ontslagen worden vanwege de verstoorde arbeids- en vertrouwensrelatie.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter anders dan rechtbank. De werknemer had de gedragingen erkend, maar had ze wel genuanceerd. De Raad geloofde zijn nuanceringen niet door de overtuigende verklaringen van zijn partner en haar collega’s. De gedragingen waren dus dusdanig ernstig dat de werknemer zich niet als goed ambtenaar had gedragen. De gedragingen waren volgens de Raad niet passend voor een werknemer van de overheid. Het feit dat de gedragingen zich in de privésfeer van de werknemer hadden afgespeeld, deed niets af aan het feit dat hij zich niet als een goed ambtenaar had gedragen. Bovendien waren de ex-partner en haar zus werkzaam bij dezelfde gemeente. Dit zorgde voor spanningen, waardoor de gedragingen ook invloed hadden op de werkverhoudingen.

De Raad kwam dus tot een andere conclusie dan de rechtbank in eerste instantie. De Raad meende dat hier wel degelijk sprake was van ernstig plichtsverzuim, ondanks het feit dat het ging om gedragingen in de privésfeer. Door dit ernstig plichtsverzuim was een disciplinaire straf gerechtvaardigd. Als ambtenaar heb je dus duidelijk een andere functie dan als werknemer, waarbij een poging tot moord alsnog geen ontslag op staande voet rechtvaardigde.

Meer weten hierover van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

 

Bron: Centrale Raad van Beroep 30 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3551.

Neem voor meer informatie contact op met: