Rechtvaardigt een misdrijf in de privésfeer een ontslag op staande voet?

12 december 2014

Werknemer was sinds 1 september 1984 in dienst bij de werkgever, hij werkte hier als teamleider loondienstcoördinator. Op 26 juni 2012 bereikte de werkgever het bericht dat de werknemer in voorarrest zou zitten. Op het moment dat dit bericht hem bereikte, gaf hij aan niet over te gaan tot loondoorbetaling en maakte het voorbehoud om vergaande arbeidsrechtelijke maatregelen te treffen.

Half februari 2013 werd de werknemer veroordeeld wegens poging tot moord op zijn partner. Hij kreeg hiervoor vier jaar gevangenisstraf opgelegd, waarvan één jaar voorwaardelijk was. Hierna wilde de werkgever de arbeidsovereenkomst ontbinden wegens gewichtige redenen. Volgens hem waren de dringende redenen erin gelegen dat de werknemer werd veroordeeld tot poging tot moord. De oorzaken voor dit misdrijf hadden volgens de werkgever raakvlakken met het werk. Bovendien was het voor de werkgever nadelig dat de werknemer voor langere tijd in detentie zou zitten. Volgens de werkgever was een ontslagvergoeding niet op zijn plaats, nu het ontslag volledig in de risicosfeer van de werknemer behoorde te vallen. Dit houdt in dat het ontslag volledig aan de werknemer te wijten was, waardoor hij geen recht had op een ontslagvergoeding.

De werknemer kon zich wel vinden in het ontslag, maar meende dat hij recht had op een ontslagvergoeding. Hij meende dat de veroordeling geen dringende reden, zoals de werkgever bedoelde, opleverde. Hierbij gaf hij aan dat rechters eerder bepaald hadden dat het feit dat een werknemer op zijn werk verzuimt doordat hij gedetineerd is, was op zichzelf niet voldoende voor ontslag. Bovendien gaf hij aan dat hij geen vier jaar in detentie zal zitten, nu één jaar voorwaardelijk is opgelegd en hij al ruim zeven maanden in voorarrest had gezeten. Hij zou dus nog ruim twee jaar niet beschikbaar zijn als gevolg van de detentie. Ook kon hij zich niet vinden in de stelling van de werkgever dat het zou leiden tot onrust op de werkvloer als de werknemer na zijn detentie weer zou gaan werken, hij had immers nog contact met collega’s. Er zijn inderdaad privéomstandigheden aan de orde, maar deze hadden zijn gedrag op de werkvloer nimmer beïnvloed.

De rechter moest dus oordelen of er in deze situatie sprake was van een dringende reden tot ontslag. Om dit te bepalen moet de rechter alle omstandigheden meewegen, dus de dringende reden, de aard en duur van het dienstverband en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. De werknemer heeft gepoogd zijn partner te vermoorden. Dit deed hij omdat hij in zodanige financiële omstandigheden verkeerde dat het huis ontruimd zou worden, maar zijn partner was hier nog niet van op de hoogte. De werknemer zag slechts één uitweg, zijn partner doden en daarna zichzelf. Op het moment dat de werknemer hiervoor in voorlopige hechtenis werd genomen op 26 juni 2012 zag de werkgever echter geen aanleiding tot ontslag op staande voet. De werkgever vond de situatie toen blijkbaar niet dringend, dit is te verklaren doordat het misdrijf in de privésfeer plaatsvond.

De rechter meende dat er geen verband was tussen het misdrijf en de werkzaamheden. De financiële problemen, de oorzaak van het misdrijf, waren immers ook nooit reden geweest voor ontslag. Hij meende sowieso dat er geen dringende reden voor ontslag was, ook al zou de werknemer langdurig niet kunnen werken. Hij nam hierbij ter overweging dat de werknemer reeds 54 jaar was en ruim 28 jaar naar behoren had gefunctioneerd. Bovendien had de werknemer bij ontslag weinig vooruitzicht op een baan, mede doordat hij vrijwel altijd hetzelfde werk had verricht. Ook zou de werknemer geen WW-uitkering ontvangen als hij wegens een dringende reden zou worden ontslagen. Deze gevolgen waren dusdanig groot dat een ontslag op staande voet niet te rechtvaardigen was volgens de rechter.

De rechter ging vervolgens na of de arbeidsovereenkomst ontbonden kon worden vanwege veranderingen in de omstandigheden, hierop had de werkgever namelijk ook een beroep gedaan. De vraag was dus of zich een dusdanige verandering in de omstandigheden had voorgedaan dat de arbeidsovereenkomst beëindigd moest worden. Dit was volgens de rechter het geval, nu de werknemer langdurig niet beschikbaar zou zijn voor arbeid. Het beschikbaar zijn voor arbeid is juist de kernverplichting die de werknemer heeft en het niet beschikbaar zijn kwam bovendien helemaal voor rekening van de werknemer. Ook zou de terugkeer van de werknemer na zijn detentie tot moeilijkheden kunne leiden. Hij was hiervoor teamleider en bij deze functie is het belangrijk dat je collega’s vertrouwen in je hebben. Deze omstandigheden zorgen voor gewichtige redenen die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. De rechter meende dat de werknemer geen recht had op een ontslagvergoeding. De situatie was namelijk ontstaan door de werknemer en de werkgever viel geen verwijt te maken.

Uit deze uitspraak blijkt wederom dat bij een ontslag op staande voet veel meer omstandigheden meewegen dan alleen de dringende reden. Zelfs een veroordeling wegens poging tot moord hoeft dus ook geen ontslag op staande voet op te leveren, met name doordat dit zich in de privésfeer van de werknemer afspeelde. De persoonlijke belangen van de werknemer wogen bij een ontslag op staande voet zwaarder dan die van de werkgever, maar bij de ontbinding wegens een verandering in de omstandigheden was het andersom.

Meer weten hierover van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

 

Bron: Rechtbank Rotterdam 31 juli 2014, ECLI:NL:RBROT:2013:5958

Neem voor meer informatie contact op met: