Geen concurrentiebeding, toch onrechtmatige concurrentie

5 december 2014

Werknemer X was sinds september 2009 in dienst van een B.V.. Deze B.V. was een verzekeringsbedrijf wat zich had gespecialiseerd in verzekeringen voor de in het buitenland verblijvende zendeling. Deze zendelingen bood de B.V. een zogenaamd Expat Pakket (verzekering) aan, in samenwerking met De Goudse Verzekeringen. X groeide binnen de B.V. al snel door tot eindverantwoordelijke van de buitendienst. Hiermee was hij het gezicht van de B.V. en had hij contact met veel grote klanten van de B.V. Eind 2012 wordt het dienstverband echter beëindigd middels een overeenkomst, zowel de B.V. als X waren het eens met het beëindigen van het dienstverband. In de arbeidsovereenkomst van X was een artikel opgenomen wat bepaalde dat hij een plicht had tot geheimhouding van bepaalde gegevens, deze plicht liep ook na het eindigen van het dienstverband door.

In mei 2013 startte X een eenmanszaak, gespecialiseerd in verzekeringen voor zendelingen. Ook hij gaat in samenwerking met De Goudse Verzekeringen Expat Pakketten aanbieden. Hiermee wordt hij een directe concurrent van de B.V., zo ziet ook De Goudse Verzekeringen in. Ondanks dat, komt er toch een samenwerking tot stand tussen X en De Goudse Verzekeringen.

Op 14 augustus 2013 stuurde X een e-mail aan 142 zendingsorganisaties. X stelde zich in deze mailing voor en bood meteen zijn Expat Pakket aan. 38 van de 142 benaderde zendingsorganisaties waren klanten van B.V., 10 hiervan waren zelfs de grote klanten van de B.V. X profileerde zich als de goedkoopste verzekeraar binnen de sector. 

De B.V. was het niet eens met de handelswijze en X en vroeg de rechter om vast te stellen dat X onrechtmatig concurreerde. De onrechtmatige concurrentie bleek uit verschillende feiten en omstandigheden, volgens de B.V.. X had namelijk gedurende zijn dienstverband een spilfunctie, hij was hét gezicht van de B.V.. Al zijn opgedane kennis had hij gedurende dit dienstverband opgedaan. De kennis, alsmede de brochure die hij in zijn eenmanszaak gebruikte, had hij dus opgedaan tijdens zijn dienstverband bij de B.V.. Bovendien had de B.V. daadwerkelijk nadeel ondervonden van het handelen van de B.V., nu de grote relaties naar aanleiding van de mailing daadwerkelijk overgestapt waren. Ook had X het personeel van de B.V. benaderd om voor hem te komen werken. Dit werd door de B.V. als onrechtmatige concurrentie aangemerkt, nu de B.V. door het handelen schade leed. Doordat de grote relaties waren overgestapt, hield de B.V. enkel nog de kleinere relaties in haar portefeuille. Dit had een terugloop van de omzet tot gevolg, door de overstapt miste de B.V. namelijk ruim €114.000,- aan omzet.

De vraag die de rechter hier moest beantwoorden, was of er daadwerkelijk sprake was van onrechtmatige concurrentie. Hiertoe verwees de rechtbank eerst naar een uitspraak van de Hoge Raad. Deze uitspraak diende als maatstaf voor het bepalen van de onrechtmatigheid van het handelen. In deze uitspraak (HR 9 december 1955, Boogaard / Vesta) had de Hoge Raad bepaald dat er enkel sprake is van onrechtmatige concurrentie “wanneer gebruik wordt gemaakt van bij de voormalige werkgever opgedane kennis en gegevens omtrent klanten, waardoor stelselmatig en substantieel bedrijfsdebiet wordt afgebroken”. Nu in de arbeidsovereenkomst van X geen relatie-  of concurrentiebeding was opgenomen, was X in beginsel vrij om zich in dezelfde markt te begeven na het eindigen van zijn dienstverband.

Om te bepalen of de concurrentie onrechtmatig was, woog de rechter de verschillende feiten en omstandigheden af. De B.V. is specialistisch en kent nauwelijks concurrentie in Nederland, het richt zich dan ook tot een heel specifieke doelgroep. De komst van het nieuwe kantoor van X levert dus een directe, grote concurrent voor de B.V. op. Bovendien had X alle kennis opgedaan gedurende zijn dienstverband. Dit bracht volgens de rechter mee dat er in dit geval sprake was van onrechtmatige concurrentie.

De onrechtmatige concurrentie had tevens schade tot gevolg voor de B.V.. Grote klanten van de B.V. zijn namelijk overgestapt, voornamelijk naar aanleiding van de mailing die X op 14 augustus 2013 verstuurde. Door het overstappen van deze grote klanten, heeft de B.V. veel omzet verloren. Door de overstap van tien grote klanten werd volgens de rechtbank stelselmatig en substantieel bedrijfsdebiet afgebroken. Hiermee refereerde de rechtbank dus aan de uitspraak van de Hoge Raad.

Uit deze uitspraak blijkt dat er niet altijd sprake hoeft te zijn van een overeengekomen concurrentiebeding om te spreken van onrechtmatige concurrentie. Wanneer het handelen dusdanig nadelig is voor de ex-werkgever kan het handelen toch onrechtmatig zijn en dus ook tot schadeplichtigheid leiden.

 

Meer weten hierover van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

Bron: Rechtbank Gelderland 19 november 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:737.

Neem voor meer informatie contact op met: