Zelf verzoeken tot ontbinding n ontslagvergoeding

17 november 2014

Werknemer was sinds 2003 in dienst bij een garage als monteur. Hiervoor was hij bij Van Kuijk in dienst geweest, maar door een ontslag op staande voet was dit dienstverband geëindigd. In 2013 werd de garage waar hij op dat moment werkzaam is overgenomen door Van Kuijk, zijn voormalig werkgever. In de periode na deze overname nam de werknemer regelmatig vakantiedagen op.

Op 25 september 2012 heeft er een gesprek tussen werkgever en werknemer plaatsgevonden over het functioneren van de werknemer. Naar aanleiding van dit gesprek heeft de werkgever een brief verzonden aan de werknemer met daarin de verwijten die er jegens de werknemer bestonden. Volgens de werkgever was de instelling van de werknemer naar zijn collega’s zeer negatief en door zijn aanwezigheid raakte de sfeer binnen het bedrijf verziekt. Bovendien lag het werktempo van de werknemer te laag. De werkgever gaf aan het liefste de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De werknemer heeft voorgesteld een gesprek aan te gaan om zo tot verbetering te komen, maar Van Kuijk bleek nog steeds dezelfde mening te hebben.

Op een gegeven moment heeft de werknemer zelf de rechter gevraagd de overeenkomst te ontbinden. Volgens hem waren er dusdanig gewichtige redenen dat er geen vruchtbare samenwerking meer mogelijk was en de arbeidsrelatie onherstelbaar verstoord was geraakt. Volgens de werknemer was de onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie te wijten aan het handelen van Van Kuijk. Hij wilde daarom een ontbinding van de arbeidsovereenkomst en een ontslagvergoeding met toepassing van correctiefactor C = 2 (klik hier voor meer informatie over de kantonrechtersformule). Hij meende dat het te wijten was aan Van Kuijk, doordat hij in strijd met goed werkgeverschap had gehandeld door hem zonder grond verwijten te maken. Bovendien voerde de werknemer aan dat zijn arbeidsmarktpositie verre van ideaal door zijn leeftijd en eenzijdige arbeidsverleden.

Volgens de rechter was het redelijk om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De rechter zag namelijk geen reden om de ontbinding te weigeren. Het was voldoende aannemelijk dat er niet langer een vruchtbare samenwerking mogelijk was. Door Van Kuijk waren ernstige verwijten gemaakt over de werknemer en was de wens uitgesproken om de overeenkomst te ontbinden. Van Kuijk heeft nooit gerept over een verbetertraject of iets dergelijks. Van Kuijk heeft aangegeven dat zijn brieven met verwijten puur als prikkel bedoeld waren om het gedrag van de werknemer te verbeteren. Bovendien heeft Van Kuijk aangegeven dat een voortzetting van het dienstverband nog wel mogelijk is, mits de werknemer aan zijn collega’s excuses aanbiedt voor zijn eerdere gedrag. De rechter gaat hier niet mee akkoord, Van Kuijk had geen voorwaarde mogen stellen aan de voortzetting van een dienstverband. De rechter heeft de arbeidsovereenkomst dan ook ontbonden.

Als tweede heeft de rechter zich gebogen over de vraag of de werknemer recht heeft op een ontslagvergoeding. Allereerst heeft hij aangegeven dat het zelf vragen om ontbinding niet in de weg hoeft te staan aan het ontvangen van een ontslagvergoeding. Volgens de rechter was het toekennen van een ontslagvergoeding redelijk doordat de werkgever een verwijt viel te maken in deze situatie. De rechter vond het niet aannemelijk dat de werknemer negatief gedrag vertoonde een de sfeer binnen het bedrijf verziekte. De rechter heeft functioneringsverslagen van meerdere jaren gezien, waaruit niet iss gebleken dat er sprake is geweest van een negatieve instelling. Werkgever heeft gezegd dat zijn negatieve instelling bleek uit het feit dat hij nooit deelnam aan bedrijfsuitjes of cursussen en zich erg afzijdig hield tijdens vergaderingen. Hiervan wilde de rechter echter niets weten, dit kon volgens hem niet worden gezien als een negatieve instelling of het verzieken van de sfeer. Ook uit verklaringen van zijn collega’s bleek niet dat er sprake was van een negatieve instelling. Als laatste heeft de werkgever aangegeven dat de werknemer erg veel te laat komt en dat dit blijk gaf van zijn gedrag binnen het bedrijf. Doordat de verwijten niet zijn aangetoond, is het met name aan Van Kuijk te wijten geweest dat de arbeidsrelatie is verstoord. De rechter geeft de werknemer dan ook een ontslagvergoeding met correctiefactor C = 1,5, wat neerkomt op € 60.253,-.

Uit deze uitspraak blijkt dat ook een werknemer bij de rechter om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst kan vragen. Het zelf vragen om de ontbinding doet niet af aan het feit dat een werknemer recht kan hebben op een ontslagvergoeding, maar dit is wel afhankelijk van de omstandigheden.

Meer weten hierover van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

Bron: Rechtbank Noord-Holland 16 april 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:10683.

Neem voor meer informatie contact op met: