Ontslag op staande voet

2 september 2014

Al meer dan eens is uit rechterlijke uitspraken gebleken dat de geldigheid van een ontslag op staande voet ter discussie kan staan. Of het ontslag daadwerkelijk aan alle (wettelijke) eisen voldoet, is dan ook afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Een ontslag op staande voet is zo’n vergaande maatregel, dat dit niet zomaar gegeven kan worden. Een werknemer die op staande voet ontslagen wordt, zal immers lastiger een nieuwe baan vinden en heeft bovendien geen recht op een werkloosheidsuitkering. De wet en eerdere uitspraken van rechters hebben daarom de volgende eisen gesteld aan het ontslag op staande voet:

 

1.     Een dringende reden: het ontslag op staande voet wordt ook wel ontslag wegens een dringende reden genoemd. De dringende reden is dus vereist, hierbij kan gedacht worden aan diefstal of misbruik. Dit punt is echter discutabel, wat voor de werkgever een dringende reden voor ontslag is, is dit lang niet altijd voor de rechter. De reden moet namelijk zowel objectief als subjectief dringend zijn, er moet voor de buitenwereld geen twijfel bestaan over de dringendheid, maar ook voor de werkgever niet.

 

2.     Onverwijld gegeven: het gaat om een ontslag op staande voet, wat betekent dat het direct gegeven moet worden. Er kan niet twee maanden na het voordoen van de dringende reden nog een ontslag op staande voet worden gegeven.

 

3.     Gelijktijdige mededeling: de werkgever moet het ontslag eenduidig mededelen en hierbij gelijktijdig aangeven wat de reden is. De reden moet goed gemotiveerd weergegeven worden. De werkgever moet de reden al aangeven bij het ontslaan, maar later nog schriftelijk, goed gemotiveerd toelichten.

 

4.     Persoonlijke omstandigheden: de werkgever dient bij het ontslag op staande voet altijd rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld het aantal dienstjaren, zijn leeftijd, zijn functioneren voor het ontslag (altijd goed gefunctioneerd, één uitglijder) en bijvoorbeeld zijn thuissituatie.

 

Indien aan een of meer van deze eisen niet is voldaan bij het ontslag, is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig en kan dit aangevochten worden, met alle gevolgen van dien.

 

In de volgende zaak stond de dringende reden van het ontslag ter discussie. Het betrof een verpleegster die werkte op de afdeling Intensive Care (hierna: IC) van het Amphia Ziekenhuis. Deze afdeling was een zogenaamde Level 3-afdeling, wat een van de hoogste IC-afdelingen van Nederland was. De werkneemster had al een langdurig dienstverband en had haar werkzaamheden altijd goed uitgevoerd.

 

Op de bewuste avond begon zij haar nachtdienst om 22.45 uur. Nadat de werkoverdracht had plaatsgevonden, heeft de werkneemster met haar dochter foto’s genomen op de IC-afdeling. De dochter was Miss International Netherlands en wilde hiervoor enkele foto’s nemen op de afdeling voor haar portfolio. Deze fotosessie heeft ongeveer één uur geduurd. De dochter droeg op deze foto’s kleding van het ziekenhuis, te weten een uniformjasje, een overschort, een mutsje, handschoenen en een mondkapje. Tijdens de fotoshoot is de werkneemster wel aangesproken door collega’s met de vraag of zij toestemming had voor het maken van de foto’s. De werkneemster had aangegeven dat zij inderdaad toestemming had, maar dit was niet het geval.

 

De dochter heeft de foto’s gebruikt ter aanvulling van haar portfolio, maar had de foto’s ook op facebook geplaatst. Bij de foto’s had ze een begeleidende tekst geschreven dat ze het erg leuk vond om te zien dat de verpleegsters het werk doen voor die paar mensen die het bezoek aan de IC-afdeling wél overleven, ondanks dat er velen komen te overlijden. Op de foto’s waren geen patiënten zichtbaar, wel een collega.

 

Na het openbaar worden van deze foto’s heeft de leidinggevende van de werkneemster contact opgenomen om navraag te doen. De werkneemster gaf weer aan toestemming te hebben gekregen, terwijl zij hier dus geen toestemming voor had. Na enkele gesprekken is de werkneemster op non-actief gezet en enkele dagen later op staande voet ontslagen. De reden was volgens Amphia dat de werkneemster met het maken van de foto’s onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van de patiënten, haar collega’s en Amphia. De werkneemster heeft aangevoerd dat er geen sprake kon zijn van een dringende reden, mede gezien haar lange, goede dienstverband. Ook waren de omstandigheden volgens haar niet dusdanig veranderd dat er sprake kon zijn van ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder vergoeding.

 

De kantonrechter meende dat er enkele ernstige verwijten gemaakt konden worden die de werkneemster aangerekend mochten worden. De verwijten zagen wel allemaal toe op één gebeurtenis, het nemen van de foto’s. Het nemen van de foto’s was ondoordacht en onzorgvuldig, maar niet opzettelijk kwaad bedoeld. De rechter gaf bovendien aan dat er geen concrete schade is ontstaan en dat ook het 35-jarige dienstverband goed meegewogen moest worden. Er was gezien dit alles geen sprake van een dringende reden, maar haar handelen heeft wel voor een verandering in de omstandigheden gezorgd die ervoor zorgde dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst op zijn plek was. De rechter vond het niet nodig om de werkneemster een ontslagvergoeding toe te kennen, nu er ernstige verwijten gemaakt konden worden.

 

In deze uitspraak zie je dat de rechter verschillende eisen meeweegt in zijn beslissing. De reden is niet dringend en de persoonlijke omstandigheden worden hierbij meegewogen. Zorg bij een ontslag op staande voet dus dat het voldoet aan álle eisen om het rechtsgeldig te laten zijn.

 

Meer weten hierover van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

 

 

 

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 juni 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:5369

Neem voor meer informatie contact op met: