Ondanks vrijspraak voor diefstal toch ontslag?

1 augustus 2014

De werknemer werkte via een uitzendbureau op Schiphol als bagage- / platformmedewerker. Hier was hij in dienst sinds 2005 met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Eind 2007 werd de werknemer op staande voet ontslagen omdat de nacht ervoor was gebleken dat de werknemer had gestolen uit bagage en postzakken. Het ontslag op staande voet is dezelfde dag nog schriftelijk bevestigd door het uitzendbureau. De diefstal werd aangemerkt als een geldige reden voor ontslag op staande voet. Van de diefstal werd tevens aangifte gedaan. Een week later is door de werknemer de nietigheid van het ontslag ingeroepen. De werknemer was van mening dat er geen sprake was van een dringende reden voor ontslag. Eind januari 2008 heeft het uitzendbureau alsnog opgezegd, voor zover het niet was geëindigd met het ontslag op staande voet in december 2007.

 

In augustus 2011 is de werknemer door het Hof te Amsterdam vrijgesproken van diefstal. Het Hof vond dat niet bewezen kon worden dat de werknemer zich schuldig had gemaakt aan diefstal. De werknemer had zelf namelijk aangevoerd dat hij de hele nacht bezig was geweest als chauffeur, hij had geen bagage vervoerd die nacht.

 

De werknemer had bij de rechter aangevoerd dat hij nog recht had op loon over de periode december 2007 tot december 2012. De arbeidsovereenkomst was volgens hem pas geëindigd door middel van een uitspraak van de kantonrechter in Amsterdam op 15 december 2012. Het ontslag op staande voet was volgens hem onterecht en de opzegging in januari 2008 had hij nimmer ontvangen. Al die tijd had het loon volgens de werknemer doorbetaald moeten worden, nu duidelijk was dat hij zich helemaal niet schuldig had gemaakt aan diefstal.

 

De vraag die hier voornamelijk aan de orde was, was hoe diefstal opgevat moest worden. De werknemer ging uit van diefstal in de strafrechtelijke zin van het woord, dat wil zeggen op de manier die verboden is bij wet. Deze vorm van diefstal was niet bewezen. Het uitzendbureau bedoelde het begrip diefstal echter anders, namelijk het bewust in strijd met de geldende regelingen bagage / postzakken meenemen en / of deze doorzoeken of openen. Het feit dat diefstal strafrechtelijk niet bewezen was, stond niet in de weg aan het feit dat het tijdens deze procedure wel vast kon staan. Dat het daadwerkelijk vervreemden niet bewezen was, maakte volgens de rechter niet dat er geen ontslag op staande voet gegeven kon worden. De rechter was van mening dat het uitzendbureau een dergelijke zware sanctie, ontslag op staande voet, mocht verbinden aan het doorzoeken van postzakken en / of bagage. Voor het uitzendbureau was het vrijwel onmogelijk om te controleren of er daadwerkelijk spullen vervreemd waren, omdat het om spullen van derden waren.

 

Door het uitzendbureau is bovendien een rapportage aan de rechter gegeven. Deze rapportage was opgesteld door twee rapporteurs in de nacht van 6 op 7 december 2007. Deze rapporteurs hadden vroeg in de nacht ergens twee containers met bagage gezien, later op de avond was dit er nog maar een. Zij zagen de werknemer voorbij rijden met zijn trekker en ze zagen niet veel later dat allebei de containers verdwenen waren. Ze bleven de werknemer observeren. De werknemer was naar een donkere plek gereden en had daar de postzakken en bagage geopend. De rapporteurs herkenden de bagage die eerder was verdwenen. Duidelijk was dat de bagage doorzocht was.

Werknemer vond deze rapportage summier en niet duidelijk op waarheid berustend, nu deze niet ondertekend was. Bovendien ontkende de werknemer het bewuste voorval. Hij was inderdaad naar de donkere plek gereden, maar daar was hij toe bevoegd en hij had de bewuste bagage niet meegenomen en doorzocht.

 

De rechter heeft nog geen beslissing genomen, maar vroeg beide partijen eerst nader bewijs te leveren ter onderbouwing van het standpunt. Wel blijkt uit deze uitspraak duidelijk dat begrippen verschillend opgevat kunnen worden. Het is daarom zaak de reden van ontslag duidelijk te formuleren, niet alleen met een begrip, maar vooral ook met een omschrijving van de voorgevallen situatie. Dit kan misopvattingen zoals in deze zaak voorkomen.

 

Meer weten hierover van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?  

 

Bron: Gerechtshof Amsterdam 1 april 2014, ECLI:GHAMS:2014:1101

Neem voor meer informatie contact op met: