Slechte administratie, in beginsel voor risico van de werkgever

4 juli 2014

Werknemer was sinds 1995 in dienst bij de werkgever als schoonmaker. De werknemer stelde dat hij per maand nog € 1.868,76 aan achterstallig loon diende te ontvangen van zijn werkgever. Over dit geschil heeft al eerder een rechter zich gebogen, maar toen is de werkgever niet komen opdagen. De werkgever is het oneens met de uitspraak die toen door de rechter is gedaan. De eerste rechter was immers van mening dat de werkgever alsnog al het achterstallige loon moest betalen. De werkgever is daarom opnieuw naar de rechter gegaan om de eerdere uitspraak te laten vernietigen.

 

Tijdens de behandeling bij de rechter hebben beide partijen de mogelijkheid gehad om hun standpunt te onderbouwen. De werkgever meende geen loon meer verschuldigd te zijn en hij vroeg de rechter hem te verklaren tot ‘goed-werkgever’. De werkgever vond namelijk dat hij aan al zijn verplichtingen had voldaan. De werknemer is zijn enige werknemer en de werkgever verkeerde in financieel zwaar weer. Bovendien heeft de werkgever aangeven dat er momenteel geen arbeidsovereenkomst bestond omdat de werknemer al gedurende 1,5 jaar alle aanbiedingen van de werkgever heeft afgeslagen. Ook heeft de werkgever aangevoerd dat hij geen achterstallig loon hoefde te betalen, omdat hij enkel de daadwerkelijk gewerkte uren uitbetaalde. Dit had hij naar zijn mening gedaan, dus had de werknemer niets meer te vorderen.

 

De werknemer verzocht echter om nog meer achterstallige betalingen. Hij meende dat de werkgever naast het loon achterstallig is geweest in het betalen van een eindejaarsuitkering en vakantietoeslag. De werknemer heeft aangevoerd dat hij gemiddeld 40 uur per week werkt, op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.  Op grond van de wet bracht dit mee dat de werkgever loon van gemiddeld 38 uur per week diende uit te betalen.  Bovendien heeft de werknemer gesteld dat in de administratie van de werkgever zijn uurloon onjuist was opgenomen.

 

Deze argumenten hebben meegebracht dat de rechter het volgende heeft besloten. Hij vond dat duidelijk was dat er een arbeidsovereenkomst was en dat de gemiddelde werkweek 38 uur bedroeg. De werkgever heeft volgens hem niet aangetoond dat de werknemer ongelijk had. Er was geen schriftelijke arbeidsovereenkomst, dus heeft de rechter gebruik gemaakt van het zogenaamde ‘vermoeden van arbeidsomvang’. Op deze manier kwam hij tot de conclusie dat een werkweek 38 uur bedroeg. Ook vond de rechter dat het uurloon inderdaad verkeerd was opgenomen in de administratie, op grond van de cao had de werknemer recht op een hoger uurloon.

Al met al was de administratie van de werkgever verre van op orde, en dit werkte hem tegen. De werknemer werd in het gelijk gesteld en de werkgever diende het achterstallige loon alsnog te betalen. De slechte administratie is dus voor rekening van de werkgever gekomen. Houd de administratie goed bij om dergelijke geschillen te voorkomen.

 

Meer weten hierover van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

 

 

Bron: Rechtbank Overijssel 24 juni 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:3397

Neem voor meer informatie contact op met: