Ontslag wegens ernstig overgewicht

25 juni 2014

Werknemer werkte al gedurende lange tijd als groepsleider op een kinderdagverblijf. De werknemer was in dienst op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het kinderdagverblijf waar hij werkte was met name gericht op het bieden van zorg aan kinderen met een verstandelijke beperking.

 

Sinds 2007 was er een nieuwe leidinggevende aangesteld op het kinderdagverblijf. In het eerste functioneringsgesprek met haar, in 2007, heeft zij met de werknemer gesproken over zijn functioneren en de rol van het overgewicht van de werknemer hierbij. Werknemer was toen ook een tijdje arbeidsongeschikt door wondroos, wat het gevolg was van zijn overgewicht. De leidinggevende wilde werknemer helpen bij het afvallen, denk bijvoorbeeld aan een aangepast werkrooster en een bijdrage in de kosten voor behandeling. In 2009 is wederom een functioneringsgesprek gevoerd tussen de leidinggevende en de werknemer, wederom had dit onder andere betrekking op zijn overgewicht. De werknemer had zijn conditie wel wat verbeterd, maar was nog steeds niet afgevallen.

 

In 2013 werd het steeds rustiger op het kinderdagverblijf, waardoor bezuiniging noodzakelijk was. De werkgever wilde daarom slechts één begeleider per groep hebben. Dit hield in dat de werknemer vrijwel alle werkzaamheden zelfstandig moest kunnen uitvoeren, hij mocht dus niet belemmerd worden door zijn overgewicht. In een gesprek met de leidinggevende, personeelsadviseur en de werknemer is daarom besloten een psycholoog ter begeleiding in te schakelen. De werknemer bleek last te hebben van een dubbele verslaving vanuit emotie en eetverslaving. De leidinggevende was echter niet tevreden over de uitkomsten van het begeleidingstraject, daarom wilde zij kijken of het mogelijk was de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De werknemer was het hiermee niet eens, volgens hem belemmerde zijn gewicht zijn functioneren niet.

 

De werkgever heeft verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden vanwege de morbide obesitas waaraan de werknemer leed. De mobiliteit van de werknemer was onvoldoende en zijn lichamelijke conditie slecht.

 

Volgens verschillende instanties is morbide obesitas een chronische ziekte, waardoor ze onder de bescherming van de wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (hierna: Wgbhcz). In deze situatie was het echter niet zo dat de werkgever het dienstverband vanwege de morbide obesitas wilde beëindigen, maar omdat de morbide obesitas de werknemer belemmerde. De werkgever voerde aan voldoende hulp geboden te hebben en bovendien erg geduldig de zijn geweest.

 

De werknemer heeft aangegeven dat hij niet belemmerd werd door zijn overgewicht. Bovendien was hij van mening al het mogelijke gedaan te hebben, maar dit was voor hem erg lastig. De werknemer voerde ook aan dat de werkgever meer had moeten meedenken over een eventuele andere functie.

 

De kantonrechter was van mening dat voldoende was gebleken dat de werknemer ernstig belemmerd werd in zijn functioneren. De eisen die de werkgever gesteld heeft, waren redelijk. De rechter heeft zich ook uitgelaten over de mogelijke bescherming vanwege de Wgbhcz. Volgens deze wet is het maken van een onderscheid op grond van een chronische ziekte verboden. Het ontslag kon echter gerechtvaardigd worden, doordat de werknemer niet kon voldoen aan de functie-eisen als gevolg van de morbide obesitas. Hierdoor meende de kantonrechter dat de arbeidsovereenkomst ontbonden kon worden, ondanks de bescherming van de Wgbhcz.

 

Meer weten over ziekte en ontslag van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

 

 

  

Bron: Rechtbank Noord-Nederland 28 mei 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:2793

Neem voor meer informatie contact op met: