Zelf vragen om ontbinding van je contract, toch ontslagvergoeding

21 mei 2014

Werkgever en werknemer zijn bij het tekenen van de arbeidsovereenkomst ook een non-concurrentiebeding voor één jaar aangegaan. Dit hield in dat de werknemer gedurende één jaar nà het eindigen van de arbeidsovereenkomst niet mocht gaan werken bij een concurrent van de werkgever.

 

De werknemer vroeg de rechter de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden, waarbij hij ook een ontslagvergoeding wilde. De werknemer zette deze bijzondere stap omdat hij vond dat hij te weinig ontplooiingsmogelijkheden kreeg. Bovendien was de sfeer binnen de onderneming niet goed, zelfs vijandelijk. De werknemer kreeg daarop een aanbod van een ander, concurrerend, bedrijf om daar te werken. Dit zag de werknemer wel zitten, maar hij zat vast aan het non-concurrentiebeding uit zijn overeenkomst. Hij vroeg zijn werkgever daarom hem te ontheffen van dat beding, maar dit leidde enkel tot woede bij zijn werkgever. De werkgever zou op zoek gaan naar vervanging. Later werd hij gevraagd naar de HR-afdeling te komen, hier werd hem de huid vol gescholden door zijn werkgever. Hem werd -in het bijzijn van al zijn collega’s- ook direct gevraagd zijn spullen te pakken en het pand te verlaten.

 

Later ontving de werknemer een brief van de werkgever en een (concept) vaststellingsovereenkomst. In de brief stond echter dat de werknemer geschorst was. Als de werknemer de vaststellingsovereenkomst niet zou accepteren, zou de rechter worden gevraagd de overeenkomst te ontbinden, zonder ontslagvergoeding. Ook stond in de vaststellingsovereenkomst opnieuw het betwiste non-concurrentiebeding. De werknemer weigerde de overeenkomst te tekenen en vroeg zelf aan de rechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

 

De rechter keek vooral naar de omstandigheden, bijvoorbeeld dat de werkgever gebruik maakte van middelen als intimidatie en misbruik van haar positie. Het was volgens de rechter logisch dat de werknemer geen vertrouwen meer had in zijn werkgever. De rechter ging mee met het standpunt van de werknemer en kende hem een ontslagvergoeding van € 6.300,-- toe.

 

Bron: Rechtbank Midden-Nederland 6 mei 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1762

Neem voor meer informatie contact op met: