Het ene bewijs is het andere niet

Door: Mark Diebels - 10 december 2013

Kennis is macht, maar meten is weten. Volkswijsheden, maar zoals wel vaker hebben die een kern van waarheid. Er is er nog een. Gelijk hebben is iets anders dan gelijk krijgen. Wat deze spreuken voor de juridische personeelspraktijk met elkaar gemeen hebben is dat vaststaande feiten cruciaal zijn. Het gaat om wat je weet én om wat je kan bewijzen. Donkerbruine vermoedens zijn niet genoeg en dat is bijvoorbeeld één van de redenen waarom dossieropbouw zo belangrijk is. Bewijs is ‘king'. In een mooie uitspraak van 8 oktober 2013 laat het gerechtshof Leeuwarden nog maar eens zien dat de bewijsregels in het arbeidsrecht minder streng zijn dan in het strafrecht. Dat is belangrijk want de belangrijkste inschatting voor dat je bepaalde maatregelen neemt (zoals een loonstop, waarschuwing, schorsing of ontslag) is of je voldoende bewijs hebt.

Wat was er aan de hand? Een bewoonster van een zorginstelling had zich erover beklaagd dat er meer dan eens geld uit haar portemonnee was verdwenen, die in haar tas zat, en die aan een stoel hing. Alleen als zij in de badkamer werd verzorgd verloor zij haar tas uit het zicht. Op verzoek van de bewoonster is een verborgen camera geplaatst. Daarop is te zien dat de werkneemster, tijdens de verzorging van de bewoonster in de badkamer, activiteiten verricht. Diezelfde ochtend bleek er € 20,- verdwenen, wat leidde tot het ontslag op staande voet van de werkneemster. De zorginstelling heeft aangifte gedaan van diefstal.

Op de camerabeelden was te zien dat de werkneemster (die op de rug werd gefilmd) zich diep naar rechts buigt naar de achterkant van een stoel. Zij pakt met rechts een voorwerp van die stoel, maar haar rug belemmert het zicht. Daarna maakt zij met beide handen bewegingen die op het doorzoeken van het voorwerp lijken. Daarna plaatst zij het voorwerp terug, loopt weg en stopt haar linkerhand met een frommelende beweging in de zak van haar jasje. De eerste rechter die zich over de beelden boog was de strafrechter. Die sprak haar vrij, omdat hij moet oordelen of het wettig en overtuigend bewezen was dat de werkneemster zich opzettelijk wederrechtelijk andermans geld had toegeëigend. De beelden waren daarvoor blijkbaar niet overtuigend genoeg.

In de zaak bij het gerechtshof beriep zij zich op de vrijspraak en stelde dat ‘dus' niet was bewezen dat zij geld had gestolen. Daar dacht het hof anders over: ‘De hiervoor beschreven handelingen passen geheel in het scenario dat zij de tas van de stoel heeft gepakt, geld uit de portemonnee heeft gehaald, de tas heeft teruggehangen en het geld in haar zak heeft gestopt. ...Het ligt in de gegeven omstandigheden op haar weg om een andere plausibele verklaring te geven voor de gefilmde handelingen. Dat zij is vrijgesproken door de strafrechter is daarvoor niet voldoende.'. Het ontslag op staande voet zou dus terecht zijn, als de werkneemster niet alsnog met een plausibele verklaring zou komen.

Het verschil tussen strafrecht en arbeidsrechtbewijs is dus dat de arbeidsrechter zich iets eerder mag laten overtuigen, omdat hij een bepaalde gang van zaken aannemelijk vindt. Een andere vraag is of je overtuigd bent. Overigens was deze zaak volgens mij een dubbeltje op zijn kant. Ik schat in dat de werkgever er net mee weg komt, omdat de werkneemster in het hele proces ook niet eerder een duidelijk en consequent alternatief verhaal heeft gegeven. Er is een andere uitspraak bekend van het gerechtshof Amsterdam waaruit blijkt dat als de werknemer wel een plausibel verhaal heeft, de werkgever met meer bewijs op de proppen moet komen. Overigens is misschien de belangrijkste les: je hoeft geen Spielberg te zijn om te snappen dat je op de camerabeelden ook beter echt wat te zien hebt!

 

Bron: gerechtshof Leeuwarden JAR 2013/276