Rechter scherpt ontslag bij ziekte aan

27 juni 2012

Psychisch zieke wordt beter beschermd.

De Hoge Raad heeft een belangrijke uitspraak gewezen over de ontslagbescherming bij ziekte. In een zaak die speelde bij ABN AMRO werden eind 2003 bij een werknemer de eerste symptomen van schizofrenie ontdekt. ABN AMRO wilde daarover afspraken maken maar de werknemer wilde niets tekenen. Hij ontkende ziek te zijn en had zich ook niet ziek gemeld. Na een geplande vakantie begin 2004 kwam de werknemer niet op het werk. Op een telefoontje van de werkgever liet hij via zijn zus weten niet meer te zullen komen want 'er werd een spelletje met hem gespeeld'. ABN AMRO zette het loon stop, en toen dat niet hielp, ontsloeg hem daarna op 4 maart 2004 op staande voet.

Geestelijke stoornis

Begin 2005 werd hij voor een half jaar opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Zijn advocaat deed in september 2005 een beroep op de nietigheid van het ontslag omdat de werknemer ziek was en ABN AMRO dat ook wist. Volgens de bank was de werknemer te laat met zijn protest tegen het ontslag: wettelijk moet dat binnen zes maanden en hier gebeurde dat pas na anderhalf jaar. Volgens de kantonrechter was de werknemer inderdaad te laat maar het gerechtshof gaf de man wél gelijk. ABN AMRO legde de zaak daarom voor aan de Hoge Raad.

Verjaring of niet?

Kern van de vraag was of het recht van de werknemer om zich te beroepen op de ongeldigheid van het ontslag, was vervallen omdat hij te laat was. Volgens de Hoge Raad is de wettelijke termijn van zes maanden dwingend recht. Een werkgever moet er vanaf zes maanden in principe op kunnen vertrouwen dat het ontslag niet meer wordt aangevochten. Alleen in zéér uitzonderlijke situaties kan de rechter daarvan afwijken, maar daarbij is terughoudendheid op zijn plaats.

In deze situatie wàs er zo'n uitzonderlijke situatie. De rechter vond namelijk het volgende van belang:

  • de werkgever wist dat de werknemer leed aan een ernstige geestesziekte,
  • de werkgever wist - of behoorde te weten - dat zijn beoordelingsvermogen ernstig was vertroebeld, 
  • de werkgever was ermee op de hoogte dat zijn familie zich inspande om hem te doen opnemen in een psychiatrische kliniek. 
  • het is aannemelijk dat werknemer niet in staat was binnen zes maanden een beroep te doen op de vernietigingsgrond


Het ontslag was daarom niet terecht.

Voor de praktijk betekent het dat ontslag op staande voet bij een werknemer waarbij aanwijzingen zijn van een geestelijke stoornis riskant is. De werkgever is en blijft verantwoordelijk voor een werknemer die ernstige psychische klachten heeft, ongeacht of die de klachten erkent of niet.

Meer weten over ziekte en ontslag van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

Bron: Hoge Raad 22 juni 2012, LJN BW5695