Is bereikbaarheidsdienst werktijd?

21 juni 2012

Gerechtshof vindt werkplaats doorslaggevend.

Een bergingsbedrijf heeft als dochterbedrijf van de ANWB een 24-uursservice bij pech en ongevallen. De werknemer was in dienst als bergingschauffeur, volgens de mondelinge arbeidsovereenkomst voor 19 uur per week. Hij kreeg steeds ten minste 19 uur uitbetaald en ook eventuele meeruren. Na zijn ontslag claimde de werknemer nog achterstallig loon van € 529.000,-! Zijn stelling was dat hij 97 uur per week (door de week van 18.00u tot 7.00u, en op zaterdag en zondag van 14.00u tot 7.00u) beschikbaar moest zijn voor de 24-uursservice, waarvoor hij kon worden opgeroepen. Die uren waren volgens hem arbeidstijd en moesten dus worden betaald.

Bij de kantonrechter kreeg hij geen gelijk dus de zaak kwam in hoger beroep bij het gerechtshof. Van belang was dat de werknemer voor zijn werkzaamheden de bergingsauto mee naar huis mocht nemen en dat hij niet verplicht was bij zijn voertuig te blijven. Wel moest hij binnen 20 tot 30 minuten aanrijtijd bij een pechgeval of ongeval kunnen zijn.

Afwijzing van de claim

Ook het gerechtshof wees de vordering af. De Europese rechter heeft in 2003 namelijk uitgemaakt dat voor het begrip ‘arbeidstijd' belangrijk is of de werknemer fysiek aanwezig moet zijn op de door werkgever aangewezen plek en zich daar ter beschikking van de werkgever moet houden om indien nodig onmiddellijk zijn diensten te kunnen verlenen.

In deze zaak kon de werknemer tijdens de bereikbaarheidsdiensten het bergingsvoertuig mee naar huis nemen. Werknemer kon bovendien vanuit iedere plaats zijn werkzaamheden starten. Het gaat veel meer over een afgebakende periode van 97 uur, waarbinnen de werknemer zijn afgesproken 19 uur zou moeten vervullen. De uren -buiten de 19 uur- dat de werknemer niet feitelijk zijn werkzaamheden uitoefende worden daarom niet als arbeidstijd aangemerkt en dus niet beloond.

Meer weten over werktijden en beloning, van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

Bron: LJN BW6460, Opmaat arbeidsrecht nieuwsbericht 2012/328