Recht op een parttime baan?

Door: Marilet Hollants - 9 oktober 2009

Een werknemer die minder uren wil gaan werken, kan dit voorleggen aan zijn werkgever. Als het dienstverband tenminste 1 jaar duurt staat de werknemer sterker; de werkgever mag het verzoek dan alleen afwijzen op grond van zwaarwegende bedrijfsbelangen. Dit is geregeld in de Wet aanpassing arbeidsduur.

Sinds de inwerkingtreding van deze wet, in juli 2000, heeft de rechter zich meerdere malen gebogen over de vraag of er sprake is van zo'n zwaarwegend bedrijfsbelang. Dit werd bijvoorbeeld aangenomen toen de werkgever aannemelijk kon maken dat de routine en productiviteit lager zouden worden wanneer de werknemer zijn specifieke werkzaamheden gedurende beduidend minder uren per week zou verrichten. En onlangs wees de rechter in kort geding een verzoek af van een apothekersassistente, die in verband met de verzorging en opvoeding van haar drie kinderen een vermindering van haar arbeidsduur tot 16 uur per week wenste. De rechter oordeelde dat bij minder routine de veiligheid in gedrang zou kunnen komen.

Afwijzing op grond van mogelijke roostertechnische problemen wordt daarentegen in de rechtspraak niet vaak toegestaan. Zeker niet als de werknemer aangeeft zich flexibiler te zullen opstellen bij de invulling van de arbeidsuren. Van de huidige werkgever wordt namelijk ook enige flexibiliteit en creativiteit verwacht.

Al deze strenge regels gelden overigens niet voor werkgevers met minder dan tien werknemers. Wel zijn deze kleine werkgevers verplicht om deeltijdbeleid vast te leggen.

Vreemd genoeg zijn er weinig uitspraken te vinden over verzoeken om méér uren te mogen werken. Het kan zijn dat dergelijke verzoeken in de praktijk niet worden gedaan en/of die verzoeken door de werkgevers met open armen worden ontvangen, en dus niet leiden tot een rechtszaak. Misschien komt hier binnenkort meer beweging in door de Taskforce Deeltijd Plus die deze maand van start is gegaan. Met dit landelijk project worden deeltijders gestimuleerd om meer uren te gaan werken.

Marilet Hollants 

Bron: column Tilburgse Koerier