Handhaving rookverbod in eigen werkkamer

5 augustus 2010

Een werkgever die sigaren rookte op zijn eigen werkkamer probeerde het rookverbod te omzeilen, door zowel een beroep te doen op het feit dat de overtreding een andere BV betrof, als op het feit dat hij een bordje ‘geen toegang' op zijn kamerdeur had hangen. De Voedsel en Waren Autoriteit legde toch een boete op wegens overtreding van de Tabakswet. Een bezwaar- en beroepsprocedure mocht de werkgever niet baten. De rechter liet de opgelegde boete in stand.

Tabakswet
Volgens de Tabakswet zijn werkgevers verplicht zodanige maatregelen te treffen dat werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden. Controle op deze verplichting vindt plaats door de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), die een boete kan opleggen bij overtredingen.

Feiten
Tijdens een eerdere inspectie van de Voedsel en Waren Autoriteit bij bedrijf X Utrecht BV werd er in de kantoorruimte op de eerste verdieping geconstateerd dat er gerookt was. Dit leidde niet tot een boete maar er werd een schriftelijke waarschuwing opgelegd waarbij tevens werd aangekondigd dat bij een geconstateerde overtreding bij een vervolginspectie, een boeterapport zou worden opgemaakt.

Tijdens een tweede inspectie vond de VWA in de werkkamer van de directeur van X Utrecht BV een asbak met sigarenpeuken en as staan. De directeur verklaarde dat hij rookte in zijn werkkamer maar dat hij na de eerste inspectie een bordje op zijn deur had gehangen met de tekst " Kantoorruimte X Holding BV. Geen toegang. Bel Ext. 19 voor een eventuele afspraak". Werknemers hoefden volgens de directeur dus niet binnen te komen.
Tijdens de controle constateerde VWA zelf dat een werknemer wel degelijk bij de kamer van de directeur kwam vragen naar werkinstructies (of hij de showroom moest afsluiten). De controleur legde daarop een boete op van 300,-- euro, omdat de werknemer werd blootgesteld aan tabaksrook.

Rechterlijk oordeel
De werkgever ging in bezwaar en beroep tegen de boete, maar de Rechtbank te Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. De stelling van de werkgever dat het proces verbaal vermeldde X BV in plaats van X Utrecht BV was juist, maar over dit gebrek stapte de rechter heen omdat duidelijk was dat het proces verbaal betrekking had op X Utrecht BV.
De rechtbank weerlegde voorts de stelling van de werkgever dat de betreffende ruimte de exclusieve werkruimte van X Holding BV was en dat werknemers van bedrijf X BV en X Utrecht BV er niet hoefden te komen. De rokende directeur is zowel bestuurder van de X Holding BV als van bedrijf X BV. De rechtbank wees erop dat de werkgever een resultaatsverplichting heeft tot het treffen van maatregelen zodat werknemers in een rookvrije omgeving kunnen werken. Nu de betreffende werknemer in de deuropening kwam staan, was het resultaat niet bereikt. De rechtbank liet de boete geheel in stand. 

Meer hierover weten van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

Bron: Rechtbank Rotterdam, 26 maart 2010, LJN BL9871