Verplichte werkvergunning voor Roemenen en Bulgaren blijft voorlopig bestaan.

6 mei 2010


Roemenen en Bulgaren, die in Nederland willen werken, dienen vooralsnog over een werkvergunning te beschikken. Dat heeft minister Donner gemeld aan de Tweede Kamer, in een reactie op het bericht dat Nederland volgens de Europese Commissie ten onrechte tewerkstellingsvergunningen vraagt voor werknemers uit Bulgarije, Roemenië en derde landen die naar Nederland zijn gedetacheerd.
Notificatie voldoende volgens Europese Commissie
Volgens de Europese Commissie mag Nederland echter geen beperkingen opleggen aan dienstverleners uit een andere lidstaat, die in Nederland met eigen werknemers een dienst komen verrichten. In de Wet arbeid vreemdelingen is daarom geregeld dat voor deze werknemers, als zij geen uitzendkrachten zijn, kan worden volstaan met een melding (‘notificatie') bij UWV, zonder voorafgaande toets.
‘Zuivere' en ‘ onzuivere' dienstverlening
Nederland maakt daarbij onderscheid tussen ‘zuivere' dienstverlening' (zoals het tot stand brengen van een bouwwerk) en ‘onzuivere' dienstverlening (zoals het ter beschikking stellen van personeel via uitzendbureaus). In het laatste geval blijft volgens de Nederlandse opvatting een tewerkstellingsvergunning nodig. Dit houdt onder meer in dat wordt getoetst aan de beschikbaarheid van prioriteitgenietend aanbod (binnenlands en Europees aanbod) voor de betreffende functie. Met dit onderscheid is de Europese Commissie het niet eens.

Wel of geen overgangsregime toegestaan
De EU-lidstaten hebben bij de toetreding van Polen in 2004 en Roemenië en Bulgarije in 2007 afgesproken dat zij een overgangsregeling mogen treffen voor het vrije verkeer van werknemers.
De regeling houdt in dat Oost-Europeanen overal in de EU vrij mogen reizen en zelfstandig mogen werken, maar om in dienst te komen hebben ze in veel EU-landen nog een werkvergunning nodig.
Volgens de Commissie zouden dienstverleners (dus ook uitzendkrachten) vrij hun diensten in elke EU-lidstaat mogen aanbieden en mag dus voor hen geen overgangsregime gelden zoals voor ‘normale' werknemers uit Roemenië en Bulgarije nog wel het geval is.
Donner beschouwt Roemeense en Bulgaarse uitzendkrachten echter ook als ‘normale' werknemers, omdat een plaatselijke werkgever hen aanstuurt.
De Europese Commissie heeft gezegd naar het Europese Hof van Justitie te stappen, als Nederland niet met een ‘bevredigend' antwoord zou komen. Donner schrijft daarover aan de Kamer: „Zolang het Europese het Europese Hof van Justitie zich nog niet heeft uitgesproken omtrent het begrip dienstverlening, zie ik geen aanleiding het huidige Nederlandse beleid te wijzigen" .

Meer hierover weten van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

Bron: Brief minister Donner aan de Tweede Kamer d.d. 23 maart 2010