Deeltijd-WW beperkt verlengd, kabinet publiceert beleid arbeidsmarkt

6 mei 2010

De instroom in de deeltijd-WW wordt beperkt verlengd, maar de looptijd zal niet langer zijn dat tot 1 juli 2011. Werkgevers die niet eerder gebruik hebben gemaakt van werktijdverkorting of deeltijd-WW kunnen ook na 1 april 2010 een aanvraag doen voor hun werknemers. Hiermee worden sectoren tegemoetgekomen die vanwege langlopende opdrachten na-ijlen in de economische crisis. Zij lopen namelijk het risico pas later in 2010 geconfronteerd te worden met de gevolgen hiervan. De ministerraad heeft op voorstel van minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met verlenging van de regeling. De uiterste gebruiksdatum blijft 1 juli 2011.

Op weg naar herstel
De ministerraad heeft ook ingestemd met toezending aan de Tweede Kamer van de brief ‘Op weg naar herstel' waarin de huidige stand van zaken op de arbeidsmarkt wordt toegelicht. Daarnaast worden de maatregelen voor de arbeidsmarkt genoemd die noodzakelijk zijn om het beginnend economisch herstel te ondersteunen en de arbeidsmarkt in de toekomst te versterken. Naast verlenging van de deeltijd-WW is dat het stimuleren van de dynamiek van de arbeidsmarkt en het ondernemerschap. Het kabinet investeert in totaal 85 miljoen euro in verdere arbeidsmarktmaatregelen, waarvan 70 miljoen euro voor de verlenging van de deeltijd-WW.

Deeltijd-WW
De deeltijd-WW is één van de crisismaatregelen van het kabinet en zou aanvankelijk op 1 april 2010 stoppen. Deeltijd-WW is bedoeld voor bedrijven die gedurende de crisis hun vakkrachten willen behouden. Werknemers krijgen voor de uren waarin zij niet werken een WW-uitkering. Inmiddels neemt de algemene onzekerheid van de crisis voor het bedrijfsleven verder af. Gezonde dynamiek wordt belangrijker om Nederland te herstructureren en concurrerend te houden in de wereld. Het te lang openhouden van de deeltijd-WW zou economisch herstel belemmeren. Daarom is deeltijd-WW ook een tijdelijke maatregel.

In sommige sectoren zoals bouw en scheepsbouw hebben bedrijven met langlopende opdrachten te maken en lopen de kans pas later in 2010 te worden geconfronteerd met de gevolgen hiervan. Daarom gaat de deeltijd-WW alleen gelden voor nieuwe bedrijven die niet eerder gebruik hebben gemaakt van werktijdverkorting of deeltijd-WW. Hoe lang een bedrijf er na 1 april 2010 nog gebruik van kan maken, hangt af van het moment dat een bedrijf ermee begint en de omvang van het deel van het personeel waarvoor deeltijd-WW wordt aangevraagd. De regeling eindigt namelijk - ongeacht het moment van instroom - uiterlijk op respectievelijk 1 januari, 1 april en 1 juli 2011. De aangescherpte voorwaarden, zoals die bij het aanpassen van de regeling in juli 2009 zijn opgesteld, blijven gelden.

Ondersteunen zzp-schap
Het kabinet treft verder maatregelen om zzp-ers beter te ondersteunen in tijden van economische achteruitgang. In samenwerking met het ministerie van Economische Zaken komt er een digitaal informatieloket specifiek voor zzp-ers. Dat bevat een overzicht van alle regels en faciliteiten vanuit de overheid. Uit onderzoek blijkt dat zzp-ers over het algemeen buffers opbouwen voor moeilijke tijden, maar vaak in tijden dat de markt tegenzit, niet weten hoe opdrachten binnen te halen omdat zij nog weinig ervaring hebben met acquisitie. Zzp-ers vinden het doorgaans ook lastig om voor hulp aan te kloppen, zoals bijstand voor zelfstandigen, of weten niet goed waar ze moeten zijn. Om te voorkomen dat zzp-ers pas hulp vragen als het te laat is gaat het kabinet met gemeenten zelfstandigen hierin beter ondersteunen. Verder wordt de regeling voor het starten vanuit de WW als zelfstandig ondernemer eenvoudiger. Het kabinet zal daarvoor een wetsvoorstel voorbereiden dat regelt dat inkomsten niet langer achteraf hoeven te worden gekort, maar dat vooraf rekening wordt gehouden met inkomsten.

Experiment van werk-naar-werk
Het kabinet stelt 2 miljoen euro beschikbaar voor een wettelijk experiment waarin werkgevers en werknemers in de regio - met steun van de overheid - werknemers die ontslagen dreigen te worden tijdig aan een andere baan kunnen helpen. Zij kunnen hierbij een beroep doen op re-integratiegeld dat anders vanuit het UWV wordt besteed aan mensen die al werkloos zijn. Er is toekomst in dergelijke regionale experimenten van sociale partners, waarbij mensen effectief kunnen worden begeleid van werk-naar-werk. Sociale partners moeten als voorwaarde om aan het experiment mee te doen aangeven welke financiële middelen zij - naast de publieke middelen - zelf voor het experiment zullen inzetten.

Scholingsmaatregelen
Verder stelt het kabinet 12 miljoen euro beschikbaar voor uitbreiding van de scholingsmaatregelen. Het gebruik daarvan valt nog tegen: 113 scholingsbonussen en 89 ervaringscertificaten en -profielen zijn de afgelopen maanden verstrekt. Buiten de crisis zijn overigens in totaal al circa 10.000 ervaringscertificaten afgegeven. Het kabinet verruimt de mogelijkheden om de scholingsbonus van maximaal 2.500 euro en het ervaringscertificaat te gebruiken. Werkgevers kunnen op dit moment alleen een scholingsbonus krijgen als zij een met ontslag bedreigde werknemer binnen vier weken aannemen. Dat hoeft straks pas na drie maanden zodat er meer ruimte komt voor tussentijdse scholing.

De criteria voor het ervaringscertificaat (EVC) worden ruimer. EVC's mogen nu worden ingezet voor alle met ontslag bedreigde werknemers en niet meer alleen voor mensen die nog geen startkwalificatie hebben. Deze laatste eis uit de huidige regeling wordt geschrapt. Het UWV treft maatregelen om de administratieve uitvoering van de scholingsmaatregelen gemakkelijker te maken om werkgevers nog beter te kunnen helpen bij het gebruik van de crisismaatregelen. Scholing is essentieel voor een grotere inzetbaarheid van werknemers. Dat geldt niet alleen tijdens de crisis, maar ook daarna als de economie weer aantrekt en de arbeidsmarkt krapper wordt.

Meer hierover weten van een advocaat arbeidsrecht in Tilburg?

Bron: RVD, 12 maart 2010