Gestolen goed gedijt soms wel degelijk goed

Door: Leo van Osch - 6 juli 2017

Het komt voor dat je de beschikking krijgt als advocaat over stukken die je goed kunt gebruiken maar waarvan je  eigenlijk liever niet weet hoe de cliënt er aan is gekomen.

Kun je die stukken nu inbrengen in een procedure? Als je cliënt je in geuren en kleuren heeft verteld dat hij de stukken heeft ontvreemd of via afpersing verkregen dan kan artikel 46 van de Advocatenwet, kort gezegd, u zult zich als advocaat netjes gedragen, een rol gaan spelen.

De Raad van discipline in Amsterdam (zie bron onderaan pagina) moest oordelen over een geval waarbij de advocaat de transcriptie van een verboden geluidsopname had ingebracht in een civiele procedure. Strafrechtelijk was de verkrijging niet in de haak. De betreffende cliënt van advocaat werd er ook voor op de vingers getikt maar het ging hier om de vraag of de advocaat ook tuchtrechtelijk verwijtbaar handelde.

De Raad overwoog als volgt:

"... ook al zou op de wijze van verkrijging van een bewijsstuk het een en ander zijn aan te merken, dan betekent dit nog niet dat een advocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar handelt door dit stuk in een civiele procedure over te leggen. Het is immers aan de rechter voorbehouden om, indien de wederpartij tegen overlegging van een bewijsstuk bezwaar maakt, te oordelen over de toelaatbaarheid daarvan, waarbij hij rekening zal houden met alle relevante omstandigheden van het geval, zoals de ernst van de door de wijze van verkrijging gemaakte inbreuk op de rechten van de partij die zich tegen de overlegging verzet en het gewicht van het belang dat de andere partij, gelet op de inhoud van het stuk, heeft bij die overlegging. "

De Conclusie die de Raad trok luidde dan ook als volgt:

"Een advocaat die een hem door zijn cliënt ter beschikking gesteld bewijsstuk in het geding brengt, zal dan ook, behoudens bijzondere omstandigheden, in het algemeen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen".

Die bijzondere omstandigheden deden zich  hier niet voor, nu de Raad vond dat de advocaat goede redenen had om de bandopname in het geding te brengen.

 

Bron uitspraak: ECLI:NL:TADRAMS:2017:136

Neem voor meer informatie contact op met: