Max Verstappen en de parodie-exceptie

Door: Leo van Osch - 2 juni 2017

Wat heb ik nu aan mijn bolide hangen, zo zal Max zich afvragen. Niets meer of minder dan  de zogenaamde parodie-exceptie in het auteursrecht.

De vraag die de rechter moet beantwoorden is of bezorgdienst Picnic het portret van Max Verstappen mocht gebruiken in haar reclame. Eigenlijk niet, want het portret van Max Verstappen is geld waard. Het woord exceptie  laat  al doorschermen dat bij het  gebruik van portretten sprake kan zijn van een uitzondering. De auteurswet bepaalt namelijk dat van inbreuk op het portretrecht geen sprake is bij een karikatuur (persiflage), parodie of pastiche. 

Er is nog geen uitspraak in de hoofdzaak. Wel is het beslagverlof van RedBull afgewezen: Het Hof Amsterdam vindt namelijk dat het optreden van de dubbelganger in de reclame een duidelijke knipoog is naar de bestaande Jumbo reclame, waarin Max zelf speelt. 

Is dat oordeel juist? Een parodie moet  niet alleen grappig (bedoeld)  zijn,  er mogen ook  geen commerciële motieven spelen.  Bij dat laatste  kun je natuurlijk vraagtekens plaatsen, nu Picnic met een reclame wel commerciële doelen lijkt te hebben (namelijk het promoten van de bezorgdienst).

In een vergelijkbare zaak trok Yellow Bear aan het kortste eind door een lookalike van Katja Schuurmans, evenals Katja uitgedost in een pak van gouden gids papier,  in te zetten bij haar reclamecampagne. Omdat sprake was van commerciële doeleinden mocht Yellow Bear de lookalike van Schuurmans, niet gebruiken.

Max doet er goed aan om in de slipstream van Katja te blijven.

Bron: ECLI:NL:GHAMS:2017:1722

Meer weten over ondernemingsrecht van een van onze advocaten?

Neem voor meer informatie contact op met: